Spreek!

BIJBELSTUDIES / PREKEN

15.3.04

 
Schriftlezing: Jesaja 52 vanaf vers 13 + Jesaja 53

De lijdende dienaar van de Heer

Dit zegt de Heer:
13 ‘Mijn dienaar zal slagen;
hij zal in aanzien stijgen,
de hoogste eer valt hem te beurt.


Jezus is een dienaar. Jezus is MIJN Dienaar, zegt God. God is trots op zijn Zoon - deze profetie gaat over de lijdende dienaar - maar God kijkt voorbij aan het lijden. Hij weet dat de missie van zijn Dienaar zal slagen en dat Hij uiteindelijk de eer zal krijgen die Hem toekomt.
Het is goed om op deze positieve toon te beginnen. Als wij in het lijden zitten, hebben we (nog) geen zicht op de uitkomst. Maar God weet alles. Hij kent de toekomst beter dan wij ons verleden kennen... Hij staat buiten de tijd en zijn wegen zijn hoger dan onze wegen. Wij vragen ons wanhopig af: God! Waar is dit goed voor? Waar leidt deze lijdensweg naartoe? Maar God weet het. Hij zit op de troon: Hij is de controle niet kwijt - Hij weet al wie de Overwinnaar is.

De langverwachte Messias kwam. Maar niet in de gedaante die men voor ogen had gehad. Geen strijder die met geweld een einde zou maken aan onderdrukking en overheersing. Wat een ontluisterend beeld: een vernederde, mishandelde man, een gestrafte!

14 Velen waren verbijsterd,
zo mishandeld was hij,
zo geschonden,
nauwelijks nog een mens.


Het is alsof God zegt: wacht maar af - Ik ken de uitkomst van deze strijd. Nu staan jullie verbaasd en verbijsterd te kijken - maar je zult nog ontdekken met Wie je te doen hebt.

15 Velen ook zal hij in verbazing brengen,
volken en koningen
zullen sprakeloos staan:
zij zien wat hun niet was verteld,
zij vernemen waarvan zij nooit hadden gehoord.’


Verduisterd

Als vliegjes naar het vuur
Verbaasd over het wonder
Maar onverwachts verschroeid
Door 't vlammende betoog

Ingepakt in taal
Van beeld en vergelijking
Stonden zij verstomd, versteld
Elk woord was even waar

Wie ogen had, kon niets meer zien
Wie oren had, bleef doof
Verblind, verdoofd, verduisterd
Sloegen zij Hem aan een kruis

Verheven hing Hij in die nacht
Mijn God, mijn God, waarom?
En met zijn laatste adem
Gaf Hij ook zijn Geest terug

Juist in dat diepste donker
Kwam zijn liefde aan het licht

(c) Paul Abspoel


Het lijkt wel of een andere dienaar van de Heer, Jesaja (zijn naam is gelijk aan die van Jezus!) - ook over de tijd heen kan kijken. Dat lijkt niet alleen zo, het is zo. Jesaja, de profeet van de Allerhoogste, kijkt zowel vooruit als terug op het werk van onze Heer Jezus Christus:

1 Wie van ons hechtte geloof
aan wat hij hoorde,
wie had oog voor de macht van de Heer?


De dingen die Jezus deed waren ONGELOFELIJK. De woorden die Hij sprak waren ONGEHOORD. Jesaja kondigt nu al aan dat Jezus dingen gaat zeggen die op ongeloof zullen stuiten. Jezus zou wonderen verrichten die niet ontkend konden worden. Maar wel zou men geen oog hebben voor de Bron van deze wonderkracht: God zelf. De macht van de Heer werd zichtbaar in het werk van zijn Dienaar.

Jesaja heeft ook al een fotoalbum van het leven van Jezus. In een paar beeldende woorden geeft hij een indrukwekkend portret van Jezus, de dienaar van de levende God:

2 Zijn dienaar schoot op als een jonge stek,
als een wortelstok uit dorre grond:
vormeloos en zonder schoonheid,
onooglijk en onaantrekkelijk,
3 door iedereen veracht en verlaten.
Een man, getekend door lijden,
een man, die weet wat pijn is,
een man, voor wie men de ogen sluit;
verguisd en niet in tel.


Jezus voldeed niet aan het ideaalbeeld van de Messias. Hij paste niet in het plaatje van mensen, maar Hij paste perfect in het plaatje van God! Sterker nog:

De Zoon is de afstraling van Gods heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen.
Hebr. 1:3


Jezus was een gewone man om te zien. Hij was als mens geen uitzonderlijke verschijning. Maar Hij had iets waarmee Hij een onuitwisbare indruk op de mensen maakte: Hij straalde Gods heerlijkheid uit en Hij was de afdruk (als een stempel) van het Wezen van God. In Jezus wordt zichtbaar Wie God ten diepste is. Wat een geruststelling! Als je het Oude Testament leest, dan kun je een beeld krijgen van God als een harde Tuchtmeester die korte metten maakt met de ongerechtigheid van mensen. En dat is zeker een juist beeld van God. God is HEILIG, Hij kan geen ongerechtigheid verdragen. De duisternis moet wijken voor zijn heilige licht. Maar dat is als het ware de 'buitenkant' van God. Jezus laat het hart van de Vader zien: een hart vol liefde. In Jezus wordt duidelijk dat God GENADE VOOR RECHT stelt.

Geen mens kon voldoen aan het ideaalbeeld dat God voor ogen stond, dat wordt duidelijk in de psalmen:

Dwaze mensen denken bij zichzelf: ‘Er is geen God.’ Ze doen verschrikkelijk onrecht, de ergste dingen; er is er niet één die Gods wil doet. Allen zijn zij afgeweken, tezamen ontaard; er is niemand die goed doet, zelfs niet één. Maar er is niemand die zijn wil doet, helemaal niemand. Iedereen gaat zijn eigen gang, de mensen zijn allemaal even slecht. Ps. 14:1,3

En het wordt nog eens bevestigd door Paulus in zijn brief aan de Romeinen:

Iedereen gaat zijn eigen gang, ze zijn allemaal even slecht. Er is niet één mens die iets goeds doet, niet één. Rom. 3:12

Jesaja schetste een ontluisterend beeld van de Dienaar - maar het wordt duidelijk dat dit alles te maken heeft met de menswording van Christus. Jezus is zo diep afgedaald in onze ellende, dat er in het voorgaande deel van Hem gezegd wordt dat Hij nauwelijks nog een mens was.

Wat is er gebeurd met dat prachtige Kind dat Maria in haar armen had genomen? Wat is deze perfecte Man aangedaan, wat is er met Hem gebeurd dat Hij er 'nauwelijks nog (als) een mens' uitzag? Wie of wat heeft zijn schitterende verschijning aangestast?

4 En toch:
hij heeft onze ziekten gedragen,
al ons leed op zich genomen.
Maar wij zagen hem als een uitgestotene,
door God geslagen en vernederd.
5 Om onze zonden werd hij doorboord,
onder onze schulden vermorzeld.
De straf die hij onderging,
bracht ons de vrede;
de wonden die hij opliep,
brachten ons genezing.


Wat valt op in deze woorden? Ze vertellen ons veel over Jezus, maar ze vertellen ons misschien nog meer over ONS.

Soms hoor je mensen zeggen dat God 'niet eerlijk' is. Dit is de grote schande van het kruis: een Onschuldige nam de plaats in van ONS - van jou en van mij! God liet GENADE gelden boven RECHT.

Paulus zegt in Romeinen 6:23:

Want de zonde betaalt een loon uit: de dood...

Het verdiende loon van een zondaar is de dood. Maar gelukkig maakt Paulus zijn zin als volgt af:

maar God geeft een geschenk: eeuwig leven in eenheid met Christus Jezus onze Heer.

Is dat eerlijk? Nee, het is HEERLIJK!

De liefde van onze God wordt zichtbaar in zijn Zoon. Jezus Christus, de perfecte mens, gaf het volmaakte offer. Voor ons! Voor jou! Voor MIJ!

6 Wij liepen verloren als schapen,
ieder van ons ging zijn eigen weg.
Maar de Heer heeft hem gestraft,
op hem kwam de schuld neer,
de schuld van ons allen.


Jezus was de Vrijwilliger. In Jesaja 6:8 weerklinkt een hemelse dialoog:

Toen hoorde ik de Heer zeggen:
‘Wie kan ik sturen?
Wie wil namens ons gaan?’
Toen antwoordde ik:
‘Hier ben ik, stuur mij!’


Omdat Jezus wist wat er bereikt zou worden met zijn offer, liet Hij het ergste gebeuren. Hij daalde af om mens te zijn. In Jezus kwam God neer van zijn troon! In Jezus greep God genadig in en trad Hij de hopeloze duisternis van de verloren mens binnen. Daarom liet de machtige Heer het toe dat reddeloze, radeloze mensen Hem schandelijk behandelden:

7 Gewillig liet hij zich mishandelen,
geen woord kwam over zijn lippen.
Hij hield zich stil,
als een lam op weg naar de slachtbank,
als een schaap onder de handen van scheerders.
8 Hij werd gevangengenomen, veroordeeld
en daarna weggeleid.


Jezus stond toe dat Hij als een mak schaap werd behandeld. Grote minkukels riepen Hem, de Koning der Koningen, de Heer der Heren ter verantwoording. Jezus zweeg. Hij keurde ze geen woord waardig. Een woord zou genoeg geweest zijn om al zijn tegenstanders voor eeuwig het zwijgen op te leggen. Zijn tegenstanders zetten een grote mond op, maar: ...Jezus zweeg. En in zijn zwijgen is Hij welhaast nog groter dan in zijn spreken! Wat een majesteit, wat een heerlijkheid, wat een voortreffelijk volmaakt integer Mens staat daar voor onrechtvaardige aardse rechters! En Hij zwijgt.

En: wie nam het voor Hem op? Niemand!

Geen van zijn tijdgenoten
die zich om hem bekommerde.
Hij werd uit het leven weggerukt,
met de dood gestraft
om de zonden van mijn volk.


Jezus heeft zich als een dokter onder de zieken gemengd. Hij heeft melaatsen aangeraakt, zondige mensen opgezocht, aan tafel gezeten met dieven en overspeligen. Dat is de hoop voor elke zondaar: Jezus wil je aanraken! Hij strekt zijn hand uit en trekt Hem niet terug:

BESMET MET LIEFDE

Voel maar
Onaanraakbare
Hier is mijn hand
Van genezing

Kijk maar
Uitzichtloze
Hier is jouw blik
Op de hemel

Loop maar
Lamlendige
Hier sta jij
Op eigen benen

Ontsnap maar
Gevangene
Hier geef ik jou
Je vrijheid weer

Kom maar
Doodgewaande
Hier wek ik jou
Weer tot leven

(c) Paul Abspoel


Hoe ver daalde Jezus voor ons af? Waar komt de perfecte Zoon van God terecht?

9 Bij misdadigers werd hij begraven,
hij kreeg het graf van een booswicht.


Opmerkelijk! Jezus hing tussen misdadigers. Echte criminelen. Mensen die straf verdienden. Maar in wiens graf werd zijn lichaam gelegd? In het graf van die 'goede Jozef van Arimathea'. Maar in de ogen van God is ook Jozef van Arimathea een zondig mens. Alle mensen die in die hof begraven lagen, waren booswichten in de ogen van God. En tussen al die schurken, valseriken, leugenaars en bedriegers werd het geschonden lichaam van de Vredevorst gelegd. Hij die zelf zonder zonde was, Hij die niemand geweld aangedaan had:

Toch had hij geen geweld gepleegd,
en aan bedrog zich niet schuldig gemaakt.


In de laatste verzen maakt Jesaja duidelijk wat het verborgen plan van God was. Denk hier eens over na: God heeft dit allemaal ruim vooraf aangekondigd! Hij heeft precies gezegd wat er ging gebeuren, waarom het ging gebeuren en hoe het ging gebeuren. Lees maar mee!

10 Het was de wil van de Heer
zijn dienaar te vermorzelen,
hem met leed te overladen.


Waarom was het de wil van de Heer om zijn dienaar dit aan te doen?

Als hij de schuld met zijn leven betaalt,
zal hij een nageslacht krijgen
en lang blijven leven.
Gods plan zal door hem slagen.
11 Na al het lijden dat hij doorstaan heeft,
zal hij het licht zien,
hij zal leven.
De Heer zegt:
‘Mijn dienaar kent mijn wil,
hij is onschuldig.
Hij bevrijdt velen van hun schuld
en draagt de straf voor hun zonden.


Daarom liet God dit gebeuren met zijn lieve Zoon! Voor ons! Voor jou! Voor MIJ! Wij zijn het nageslacht, wij zijn kinderen die uit Gods pijn en liefde geboren zijn!

Wij zijn zoveel beter af door wat Jezus deed. Wij hebben een eeuwigheid nodig om Hem te danken en te prijzen. En het goede nieuws is: die eeuwigheid krijgen wij ook van Hem!

En Jezus dan, de Dienaar dit dit alles voor ons gedaan heeft?
Jesaja voorzegt al dat God ook Hem in ere zal herstellen. Hij zal de plaats weer krijgen die Hem toekomt als geen ander!

12 Daarom geef ik hem een plaats
onder de groten der aarde,
ze zullen met hem
de macht moeten delen.
Vrijwillig heeft hij zijn leven gegeven.
Men rekende hem tot de misdadigers,
maar de zonden van velen nam hij op zich
en voor misdadigers vroeg hij om vergeving.’


Wat een Koning! Wat een Vredevorst! Hij is de Weg, de Waarheid en het Leven.
Een ieder die Hem zag in zijn schandelijk ontluisterde staat - nauwelijks nog een mens - zal het niet geloofd hebben. Maar dit was de Overwinnaar. Dit was de Kampioen over zonde en dood. Champion of the Universe!

Ik sluit af met een gedicht ter ere van mijn Heer:

DRIEVOUDIG KAMPIOEN

De Weg
liep niet dood
maar strompelde door naar
een verheven kruispunt.

De Waarheid
bezweek niet
maar gaf vrijwillig
zijn Geest in bewaring.

Het Leven
verloor niet
maar zette dood en leugen
triomferend te kijk.

(c) Paul Abspoel

11.1.04

 
Klaagliederen

Vorige week merkte ik op dat ik mij geen preek over het boek Klaagliederen kon herinneren - en dat terwijl er zo'n prachtige tekst in staat: Het zijn de gunstbewijzen des Heeren dat wij niet omgekomen zijn, want zijn barmhartigheden houden niet op, elke morgen zijn zij nieuw, groot is uw trouw! Klaagliederen 3:22, 23

Deze week werd mij gevraagd of ik vanmorgen wilde voorgaan. U kunt zeker wel raden welk bijbelboek ik als onderwerp voor deze preek gekozen heb...

Zet u schrap: ik ga twee hoofdstukken uit het boek Klaagliederen met u lezen.

Soms zie je bij een film van die symbooltjes die je waarschuwen voor de schokkende, gewelddadige inhoud. Om te beginnen moet ik u zeggen dat zo'n symbooltje ook bij deze schriftlezing geplaatst moet worden. Als u niet bestand bent tegen een paar van de moeilijkste teksten uit Gods Woord, dan is dit misschien het moment om de zondagsschool te gaan helpen...

De Bijbel is niet een boek voor een andere planeet. De Bijbel is het Woord van God voor mensen van de planeet aarde. De Bijbel gaat de gruwelijkheid van de zonde niet uit de weg. Ik geloof dat deze zwarte tonen in de Bijbel onmisbaar zijn. Zij overtuigen ons van onze zondige staat, van de duisternis waarin de mensheid door de zondeval is terechtgekomen. Ook ik, ook u... wij hebben moeten inzien dat er in ons niets goeds woont. Ook nu we mogen weten dat Jezus de prijs voor onze zonde betaald heeft, merken we dat we dagelijks ongehoorzaam en zondig zijn. Ik in ieder geval wel. Het zijn de gunstbewijzen des Heeren dat wij niet omgekomen zijn! Zonder die levensreddende genade van onze Heer Jezus Christus zou ik niet de moed hebben om hier te staan!

We breken vanmorgen het brood en we laten de beker rondgaan. Ik geloof dat de Heer deze symbolische maaltijd ook heeft ingesteld vanwege onze hardnekkige ongehoorzaamheid. Ja, Hij wilde dat wij zouden terugdenken aan zijn plaatsvervangend lijden en sterven. Maar ik denk ook dat Hij wil dat wij - zo dikwijls wij dit doen - ons opnieuw bewust zijn van de noodzaak van Gods ongelofelijke reddingsoperatie door zij Zoon Jezus Christus. Laat niemand zeggen: "Als God zo goed en genadig is, waarom doet Hij dan niet aan het onrecht in deze wereld?" God heeft in zijn Zoon de hoogste prijs betaald!

U moet zich ook voor deze schriftlezing realiseren dat we lezen over een periode vóór het kruis van Christus. Het Licht was nog niet op aarde gekomen, Christus had nog niet onder ons gewoond. Maar ook in deze diepzwarte periode van de menselijke geschiedenis zijn lichtstraaltjes van Gods genade te ontdekken. Ik vraag u vanmorgen om met mij op zoek te gaan naar die lichtstraaltjes in het uiterst sombere boek Klaagliederen.

Het boek Klaagliederen is een verzameling van 5 liederen die uiting geven aan het verdriet over de val van Jeruzalem en de ballingschap - gevangenneming en wegvoering - van het volk. Alleen een paar arme, oude mensen waren in het beloofde land achtergebleven. Onder hem de profeet Jeremia die vooraf aangekondigd had dat dit ging gebeuren omdat het volk - en vooral de wereldlijke en geestelijke leiders van het volk - voortdurend ongehoorzaam en overspelig waren geweest. Zij hadden andere goden dat JHWH aanbeden en de Bijbel vertelt ons dat men de verschrikkelijkste dingen deed in deze afgodsdiensten. Naar Jeremia werd niet geluisterd. Wel luisterde men naar de valse profeten - zoals Chananja. Als er in het boek Klaagliederen negatief gesproken wordt over de profeten, dan moet u zich realiseren dat het dan om de valse profeten gaat.

De Joodse en christelijke traditie schrijft de Klaagliederen aan Jeremia toe. Het is zeker dat Jeremia een aantal klaagliederen geschreven heeft, het is niet zeker of dat deze teksten zijn. Het is niet zo verschrikkelijk belangrijk. Dit sombere boek heeft een plaats in de Bijbel gekregen - samen met veel wetten en Psalmen die voor onze 'fijngevoelige' ogen en oren vaak te schokkend en te pijnlijk zijn. Daarom slaan we ze dus maar over? Ik niet.

Laten we eerlijk zijn: we lezen boeken en kijken naar films en televisiebeelden die diep schokkend zijn. Vaak kies ik ervoor om niet naar die beelden te kijken. Maar in de compositie van het schilderij van de Bijbel - het absolute geniale Meesterwerk dat door God geïnspireerd is - ontbreken de donkere tonen niet. Die donkere tonen laten alleen maar zien hoe genadig en bevrijdend het Licht van onze Heer Jezus Christus is! Bovendien hebben talloze mensen juist in deze moeilijke, onbegrijpelijk verdrietige bijbelteksten TROOST gevonden. Voor zondaars is het een geruststelling te merken dat de bijbelse helden - op de grootste Held na - allemaal tot het kwade geneigd waren. De wandaden en misstappen van bijbelse helden worden niet verzwegen. Gelukkig voor ons, voor mensen zoals ik die maar al te goed weten dat we van onszelf hopeloze zondaars zijn.

De Bijbel laat ook zien hoe onschuldige mensen zwaar getroffen kunnen worden door ongeluk, tegenslag en geweld. De schrijvers worstelen met de vraag naar zingeving. Wij worstelen met hen mee - elke keer wanneer we met onbegrijpelijke, onacceptabele, onrechtvaardige tragedies worden geconfronteerd. Pas op met het geven van eenvoudige antwoorden! Verootmoediging voor God wordt van ons gevraagd - het is niet onze opdracht om alle mysteries van het menselijk lijden te 'verklaren'. Denk aan de geschiedenis van Job!

Onze naam 'Klaagliederen' is een latere toevoeging van de bijbelredacteurs. De eigenlijke titel is voor ons, Nederlanders ook niet uit te spreken. Het is de jammerklacht waarmee die boek begint: misschien nog het best te vertalen door de woorden ach en hoe met elkaar te verbinden: 'Ach, hoe?' Een diepe zucht - gecombineerd met een uitroep van verbijstering. Dit is het woord waarmee dit bijbelboek begint:

Vers 1: Hoe zit zij eenzaam neder, de eens vrolijke stad.

De gevallen, verwoeste stad Jeruzalem wordt hier beschreven door de ogen van een weeklagende achterblijver - mogelijk Jeremia. U moet hem in gedachten zien zitten: op de puinhopen, in zak en as.

Op het derde hoofdstuk na hebben alle Klaagliederen 22 verzen. Dat komt omdat elk vers begint met een van de 22 letters (allemaal medeklinkers) van het Hebreeuwse alfabet. Het 3e hoofdstuk heeft 66 verzen - hier zijn 3 regels voor elke letter gebruikt. Dit is niet zomaar een 'vormgrapje'. In de poëzie wordt dit een acrostichon genoemd (ons Wilhelmus is zo'n versvorm). Mogelijk koos men deze vorm om de liederen makkelijker te kunnen onthouden, zodat ze uit het hoofd gezongen konden worden. Dat geldt ook voor onze rijmwoorden: rijm en ritme helpen bij het onthouden van de tekst, maar ze geven er ook extra kracht aan.

Sommige bijbelgeleerden denken dat voor deze A tot Z -vorm gekozen is omdat het complete lijden van begin tot eind bezongen wordt. Hoe dan ook: u moet zich realiseren dat we in de vertaling veel van de impact kwijtgeraakt zijn. Vertalen is verraden, zegt men wel. Ook kunnen we ons geen voorstelling meer maken van de toon waarop deze liederen gezongen werden. In ieder geval klonk het meer als het geweeklaag dat wij kennen van televisiebeelden uit het Midden-Oosten (na weer een gruweldaad) dan als de Opwekkingsliederen die wij zo graag zingen. Maar ook onze Psalmen klinken anders dan de oorspronkelijke liederen van David en andere oudtestamentische tekstdichters!

Jaarlijks worden de Klaagliederen door de joden gezongen op één van hun heilige feestdagen. Een belangrijk doel is: herinneren aan hetgeen er in het verleden gebeurd is, geschiedenis doorgeven, niet vergeten! U kunt zich daar bij het Joodse volk wel iets bij voorstellen... We moeten ons de ernst van de zonde en de noodzaak van verlossing blijven realiseren. Deze liederen kunnen ons daarbij helpen.

Een ander doel - meer voor deze eigen tijd - is: uiting geven aan omacht, verontwaardiging en verdriet. Ik las tijdens mijn voorbereiding een preek van een Joodse rabbi - uitgesproken op Grote Verzoendag (Yom Kippur) vlak na de terreuraanslagen van 11 september 2001:

"Misschien heeft u gehoopt dat mijn woorden u vandaag zouden troosten. Maar omdat we de afgelopen twee weken met onverwachte gebeurtenissen en onvoorstelbare emoties zijn geconfronteerd, wil ik u dit jaar aanmoedigen om te doen wat zo in tegenspraak lijkt te zijn met de geest van 'Yom Kippur': Ik roep u dringend op boos te blijven. Blijf boos, want onze boosheid, onze furieuze woede kan een passie binnenin ons doen ontbranden die de wereld kan verlossen van de haat die ons nu verteert. Laat de beelden van de afgelopen maanden niet los. Laat ze toe, samen met uw passie voor het goede, voor vrijheid, om u te inspireren de wereld te veranderen. Ga niet terug naar een 'bijna' normale gang van zaken. Verlies de gevoelens niet voor hetgeen je het dierbaarst is. Laat onze woede de bron van kracht zijn die onze natie zal herbouwen."

Indrukwekkende, wijze woorden!

Laten we lezen uit Gods Woord. Ik heb gekozen voor de vertaling van de Groot Nieuws Bijbel. Niet om de tekst lichtverteerbaar te maken, dat zal niet lukken. Wel om de woorden dichterbij te halen.

Ik stel voor dat u alleen luistert naar de tekst die ik u zal voorlezen. Na het 1e en 3e hoofdstuk hoort u een lied. De tekst met vertaling krijgt u nu, zodat u kunt meelezen terwijl u luistert.

Lezen: Klaagliederen 1 en 3

Muziek:
Na hoofdstuk 1 LORD HAVE MERCY (Michael W Smith en Amy Grant, 'Worship Again', # 12
Na hoofdstuk 3 WE YOUR PEOPLE (Adrian Snell, 'Alpha & Omega', #12)

Jezus begon te huilen Johannes 11:35

Toen Jezus nog dichterbij was gekomen en de stad zag liggen, begon hij om haar te huilen. Hij zei: Jeruzalem, begreep ook u vandaag maar wat vrede brengt, maar u bent er blind voor, zelfs nu! Lucas 19:41,42

Vertrouw op de Heer met heel je hart en wees niet eigenzinnig.
Houd de Heer voor ogen bij alles wat je doet dan baant hij voor jou de weg
Spreuken 3:5, 6

Dank aan God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, de Vader die keer op keer barmhartig is, de God die in elke omstandigheid troost. Hij troost ons in alle moeilijkheden en hij stelt ons zo in staat anderen in al hun moeilijkheden te troosten met de troost die wij van hem ontvangen. Want het lijden van Christus komt wel in ruime mate over ons, maar even overvloedig valt ons door Christus ook Gods troost ten deel. Worden we door onheil getroffen, dan is dat voor uw troost en behoud. Worden we getroost, dan is dat om u de troost en de kracht te geven om standvastig het lijden te dragen dat ook wij moeten verduren. En de hoop die wij voor u koesteren, is gegrond, want we weten dat Gods troost u evengoed ten deel valt als het lijden. 2 Korinte 1:3-7 GNB

20.12.03

 
Is er nog plaats voor Jezus?

Lukas 2
1 Omstreeks deze tijd gaf de Romeinse keizer Augustus bevel dat in zijn hele rijk een volkstelling moest worden gehouden.
2 Quirinius was toen gouverneur van Syrië.
3 Iedereen moest naar de stad of het dorp van zijn voorouders gaan om zich te laten inschrijven.
4 En omdat Jozef van David afstamde, moest hij naar Bethlehem in Judea, want daar had David vroeger gewoond.
5 Samen met Maria, zijn zwangere vrouw, verliet hij Nazareth in Galilea om zich te laten inschrijven.
6-7 Toen zij in Bethlehem waren, moest Maria bevallen. Zij bracht haar eerste kind ter wereld, een jongen. Zij wikkelde hem in doeken en legde hem in een voerbak, want in de herberg van het dorp hadden Jozef en Maria geen onderdak kunnen vinden.
Lucas 2:1-7 Het Boek


Bekende woorden uit een overbekende geschiedenis. Het is goed om op te merken hoe feitelijk de weergave van Lukas is. Lukas beschrijft de gebeurtenissen als wetenschapper, niet als dichter. De romantische toevoegingen zijn van latere datum, dit is gewoon het ruwe verhaal van een jonge man en zijn zwangere vrouw die zich op gezag van de bezetter, de Romeinse overheid, moeten laten registreren. Lukas plaatst de geboorte van Jezus Christus tegen de historische context van de Romeinse bezetting. De feiten kunnen gecontroleerd worden, en dat wil Lukas ook.

Lukas is een systematisch man. Zo begint hij zijn evangelie in het voorgaande hoofdstuk, Lukas 1:

1 Beste Theofilus, er zijn al verscheidene boeken over het leven van Jezus Christus geschreven.
2 Men is daarbij steeds uitgegaan van wat de eerste discipelen en andere ooggetuigen hebben verteld.
3 Toch dacht ik dat het nuttig zou zijn alles nog eens nauwkeurig na te gaan en u daarvan een geordend verslag uit te brengen.
4 U zult zien dat het volledig overeenstemt met wat u is geleerd.


Lukas wil de gebeurtenissen rond het leven van Jezus Christus op een betrouwbare, controleerbare manier weergeven, niet speciaal chronologisch - in tijdsvolgorde - maar wel op een logische manier gerangschikt. Daarbij kon Lukas, die zoals we weten arts was, vertrouwelijke gesprekken voeren met mensen die de gebeurtenissen hadden meegemaakt. Ook kon hij de andere verslagen (evangeliën) naast zijn eigen bevindingen leggen ter vergelijking en verduidelijking. De geschiedschrijver Lukas had dus gesproken en geschreven bronnen voor zijn informatie. Het is niet zijn bedoeling om de verslagen van anderen te corrigeren, hij is er meer op uit op het beeld dat anderen al hebben gegeven te completeren. Is dat niet een doublure? (Vergelijking: studio met meer camera's die samen een volledig beeld geven).

Wij lezen de bijbel als het door de heilige Geest geïnspireerde woord van God. We geloven dat de bijbelschrijvers in hun onderwerp- en woordkeuze geleid werden door Gods Geest die hen de woorden ingegeven heeft. Dat sluit echter niet uit dat de schrijvers ook zelf grondig onderzoek deden naar historische achtergronden - dat blijkt in ieder geval uit de woorden van Lukas.

Ook wij moeten ons huiswerk goed doen als we de bijbel lezen. Het is goed om tijdens het lezen niet steeds details over het hoofd te zien, want juist in die onopvallende details is veel van Gods wijsheid en voorzienigheid terug te vinden.

Een voorbeeld. We weten dat de brieven van Paulus altijd gericht zijn aan een bepaalde persoon (zoals Timotheüs) of aan een bepaalde christelijke gemeenschap (zoals de christenen te Kolosse of Rome). Richt Lukas zijn beschrijving ook aan een bepaalde ontvanger?

Ja, Lukas schrijft aan ene Theofilus (vers 1), dezelfde man tot wie hij zich richt in zijn tweede boek, het boek Handelingen: 1-2 Beste Theofilus, in mijn eerste boek heb ik u verteld over het leven van Jezus en Zijn lessen en hoe Hij terugging naar de hemel, nadat Hij Zijn apostelen verdere aanwijzingen door de Heilige Geest had gegeven. Handelingen 1:1-2

Theofilus was waarschijnlijk een belangrijk man, maar de bijbeldeskundigen en historici hebben niet kunnen vaststellen wie hij precies was. We weten eigenlijk alleen met zekerheid wat zijn naam betekent: 'Vriend van God'. Als er verder niets van je bekend is, dan is dit op z'n minst een mooi getuigenis. Lukas richt zich ook tot u: vrienden van God!

Terug naar het feitelijke verslag waar we mee begonnen zijn: Lukas 2.

Ook in dit gedeelte valt op hoe zakelijk Lukas zijn woorden kiest. Jozef en Maria zijn op weg gegaan om zich te laten registreren in verband met een Romeinse volkstelling. Die volkstelling werd niet georganiseerd om de Romeinse nieuwsgierigheid te bevredigen - het had een zakelijke achtergrond: de Romeinen wilden precies weten van wie ze belasting konden vragen. Stel je voor dat je per ongeluk een belastingbetaler over het hoofd zou zien!

Het Romeinse rijk werd op een heel georganiseerde, ambtelijke manier geleid. Dit was, naast de militaire kracht, de belangrijke kracht van de Romeinen. Ze sturen ook niet zomaar een stel waarnemers of boekhouders op pad, nee, ze zorgen ervoor dat de ingezetenen van deze Romeinse provincie (want dat was Palestina) zelf op pad gaan naar de plaats waar hun familie oorspronkelijk vandaan komt. Dit was de plaats waar zo goed als zeker al een burgerlijke standregister was bijgehouden. We hoeven alleen maar te denken aan de geslachtsregisters die in de bijbel zijn opgenomen, om te weten dat men alles nauwkeurig bijhield.

Lukas geeft ons een precieze tijdsaanduiding. Caesar Augustus was Romeins keizer van 30 voor Christus tot 14 na Christus. En Quirinius was gouverneur van Syrie van 10-7 voor Christus en hij diende een tweede termijn van 6-9 na Christus. Zo precies is dit te achterhalen! Toch grappig en opmerkelijk dat we hierbij de geboortedatum van Christus als indicatie gebruiken! (Ik las ooit: Wie had destijds kunnen denken dat we vandaag de dag onze kinderen Paulus en Petrus zouden noemen en onze honden Caesar...)

Alleen al uit de datering blijkt dat de geboorte van Christus het scharnierpunt van de menselijke geschiedenis is. Dit is het historische moment waarop de incarnatie - de vleeswording - van God plaatsvindt. Immanuel: God met ons!

Zou je er niet alles voor over hebben om zo'n historisch moment mee te mogen maken? Wij zouden direct een televisieploeg sturen. Wat zeg ik: twintig televisieploegen! (Denk aan de geboorte van prinses Amalia!).

Maar nee, dit is een mediagebeurtenis die volledig over het hoofd wordt gezien. Het is een geschiedenis met gemiste kansen. En de geschiedenis is onherroepelijk (voorbeeld: televisiebeelden in de herhaling - dat zie je op het voetbalveld niet...)

We gaan terug naar het verslag van Lukas.

Daar, in Bethlehem, zijn alle logeergelegenheden al vergeven. Er is geen slaapplaats meer over voor het jonge stel dat op het punt staat een baby te krijgen.
Een baby? Niet zomaar een baby! Dit Kind is de lang vooraf aangekondigde, door de Heilige Geest verwekte en door God beloofde Messias. Dit was de gebeurtenis waar generatie op generatie reikhalzend naar had uitgekeken! En nu voltrekken de profetieën zich onder de ogen van de mensen - en niemand is het zich bewust... Wat een tragiek!

Op tientallen plaatsen is er in het Oude Testament - de heilige joodse geschriften - al gesproken over deze Messias die recht en gerechtigheid zal brengen. Een heel bekende profetie staat is door de profeet Jesaja uitgesproken:

1 "Het volk dat in de duisternis voortgaat, zal een groot licht zien; een licht, Dat straalt over hen die in een land van dichte duisternis wonen. (...)
5 Want een Kind is ons geboren, een Zoon werd ons gegeven en de heerschappij zal op Zijn schouders rusten. Dit zullen Zijn koninklijke titels zijn: Wonderbare Raadgever, Machtige God, Vader der eeuwen, Vorst van de vrede.
6 Aan Zijn groeiende en vredevolle bewind zal nooit een einde komen. Vanaf de troon van Zijn vader David zal Hij met volmaakte eerlijkheid en rechtvaardigheid regeren. Hij zal alle volken van de wereld echte rechtvaardigheid en vrede brengen. En dit alles zal gebeuren, omdat de brandende liefde van de HERE van de hemelse legers zich heeft voorgenomen dit te doen!
Jesaja 9:1 en 5,6


Dit Kind (met een hoofdletter), de belichaming van Gods brandende liefde voor ons, de vervulling van zoveel profetische beloften, ziet 's nachts in een onbeduidend plaatsje in een Romeinse provincie, nota bene in een dierenstal, het levenslicht. Of moet ik het andersom zeggen: Hier zag de wereld het Levenslicht? Ja, zo moet ik het uitdrukken, lees maar mee in het eerste hoofdstuk van Johannes:

9 Want het echte licht, dat is Christus, kwam in de wereld om iedereen te verlichten.
10 Christus kwam in de wereld die door Hem Zelf gemaakt is, maar de wereld wilde niets van Hem weten.
11 Hij kwam in Zijn eigen land, maar Zijn eigen volk heeft Hem niet aanvaard.
Johannes 1:9-11


Ik vind het echt iets voor Jezus om 'zomaar vanuit het niets' ten tonele te verschijnen. Ik vind dat al een eerste herkenningsteken. Jezus is echt iemand die zomaar naast je staat - de bijbel noemt hier veel voorbeelden van. Jezus jaagt mensen vaak de stuipen op het lijf door zijn plotselinge verschijning. Laat je niet verrassen, Hij komt als een dief in de nacht, dat is zo zijn gewoonte...!

Wat ook altijd bij Jezus opvalt: iedereen wil Hem graag ontvangen als Hij een kunstje wil komen doen. Ja, daar komen de mensen op af: actie en spektakel. Maar als Jezus wil dat mensen bij Hem blijven, dan vindt Hij vaak weinig gehoor - denk aan zijn laatste uren op aarde...

We leven in advent: we zien uit naar de komst van het Licht, we verlangen naar het Kerstfeest, het Christusfeest. Maar waar kijken we naar uit? Verlangen we naar de kerstversiering, naar de romantiek en de sfeer, of verlangen we naar Jezus? Hoe welkom is Jezus op zijn eigen verjaardag?

Het is mijn fantasie om er ooit eens tijdens mijn eigen verjaardag tussenuit te knijpen. Terwijl iedereen druk aan het praten is, ga ik dan lekker naar buiten. Kijken of ze me missen... Het zou gelijk een mooie test zijn: komt de visite voor mij of voor het gebak?

Jezus wordt vaak met heel veel fanfare binnengehaald, maar als Hij zich als Heer manifesteert (openbaart), dan is Hij niet zo welkom meer.

Als je een beetje een buitenstaander bent, dan kun je je met deze gedachte troosten: Jezus werd ook vaak uitgestoten en buitengesloten. Jezus is niet overal welkom.

De herbergier miste een historische kans. Niemand weet vandaag de dag in welke herberg de Koning der koningen geboren werd. Als de herbergier het geweten had, dan had hij hier vast en zeker meer werk van gemaakt.

Heb je wel eens in een donkere nacht - na een lange reis - gezocht naar een slaapplaats? Op het laatst ben je bereid om overal te slapen.

Ben je wel eens met een hoogzwangere vrouw op weg geweest - bijvoorbeeld naar het ziekenhuis? Dan kun je je de stress van Jozef voorstellen... En die van Maria - al heb ik zo het vermoeden dat Maria rustig bleef terwijl Jozef steeds zenuwachtiger werd. Zo zijn mannen.

Als je in een herberg moet overnachten, dan heb je kennelijk geen familie waar je kunt logeren. Kennelijk waren alle familieleden van Jozef vertrokken uit Bethlehem. Het is anders niet te begrijpen dat er geen logeeradres was, zeker als je bedenkt hoe belangrijk de gastvrijheid in dit gebied is.

Jezus werd geboren als buitenstaander - in een vreemde omgeving, tussen mensen die zich weinig tot niets gelegen lieten liggen aan dit jonge stel met hun baby.

We zouden ons als mensheid toch moeten schamen voor zo'n ontvangst. Deze ontvangst zegt echter ook heel veel over God. Hij wist natuurlijk hoe het zou gaan en in zijn plan paste dit allemaal precies. Ook bij zijn geboorte is Jezus afgedaald tot het allerlaagste niveau. Ook een ongewenste vreemdeling of een dakloze kan troost vinden in die gedachte.

Uit een Utrechtse daklozenkrant; geschreven door Bert, een dakloze Utrechtenaar.

Een nieuw leven beginnen
Een eigen ruimte, waar je tot rust komt en jezelf weer terugvindt. Waar je niet elke morgen om 9:00 uur de straat opgestuurd wordt om doelloos rond te lopen op of naar de volgende daklozenopvang te gaan en weer geen rust te hebben.
Een menswaardig bestaan en niet als dieren in dezelfde ruimte zitten. Je eigen koffie zetten. Je favoriete tv-programma bekijken. Mensen thuis uitnodigen die jij ziet zitten. Een avondje uitgaan en lekker naar huis gaan om in je eigen bed te slapen.
Je hobby's uitoefenen... gewoon weer leven dus. Wie wil dit nou niet?
Zolang je dakloos bent word je geleefd en ontbreekt de basis om een menswaardig bestaan op te bouwen.
Je leven weer op de rails zetten begint bij een eigen dak boven je hoofd; pas dan komt de zin van je bestaan weer terug. Je bent weer vrij met een eigen dak boven je hoofd.
(Straatwens december 2003)


Jezus werd later gelukkig door goede vrienden met gepaste eerbied ontvangen. Maar Hij trok toch rond als een bezitloze prediker. Over zijn eigen leefomstandigheden zijn Hij eens: De vossen hebben een hol om in te wonen en vogels een nest. Maar Ik heb niet eens een plaats waar Ik kan uitrusten", antwoordde Jezus. Lucas 9:58

Gelukkig waren er later wel mensen die hun ruimte voor Jezus maakten. Denk aan Lazarus, Martha en Maria - ik denk dat Jezus graag bij hun was. Denk aan de tollenaar bij wie Hij zichzelf uitnodigde: Denk aan de man die zijn bovenkamer voor Hem ter beschikking stelde.

Jezus wist precies bij wie Hij welkom was. Hij wist dat zelfs 'op afstand'. Denk maar aan de geschiedenis over de Pascha-maaltijd aan het eind van zijn aardse leven:

Op de eerste dag van het Paasfeest moest in ieder gezin een lam of een geitje worden geslacht.
8 Toen die dag aanbrak, stuurde Jezus Petrus en Johannes erop uit om het Paasmaal klaar te maken.
9 "Waar moeten we dat doen?" vroegen ze.
10 "Zodra jullie de stad binnenkomen", antwoordde Hij, "zul je een man zien die een kruik water draagt. Volg hem en ga hetzelfde huis binnen als hij.
11 Zeg tegen de huiseigenaar: 'De Meester vraagt of u ons de kamer wilt laten zien waar Hij en Zijn discipelen het Paasmaal kunnen eten.'
12 Hij zal jullie meenemen naar boven, naar een grote, compleet ingerichte kamer. Maak daar het Paasmaal klaar."
13 Ze gingen naar de stad en alles was precies zoals Jezus had gezegd. Daar maakten ze het eten klaar.
14 's Avonds kwam Jezus met de andere apostelen en ze gingen allemaal aan tafel. Lukas 22


Jezus werd met veel gejuich en feestelijk vertoon de stad Jeruzalem binnengehaald. Maar toen Hij orde op zaken gesteld had in de tempel, werd Hij met nog meer geestdrift uit de gemeenschap gestoten. Jezus mag wel binnenkomen om een feestje te houden, maar Hij moet natuurlijk niet beginnen met een grote schoonmaak...

ZELFREINIGEND VERMOGEN

Woedend
heeft Hij huisgehouden

Tafels omgekeerd
handel verdreven

Het klappen
van de zweep geleerd

Alle hoeken
schoongeveegd

Opgeruimd
staat netjes


Als Jezus bij ons binnenkomt voor een grote schoonmaak, is Hij dan nog welkom...?
Hoor en zie hoe Hij door het volk werd binnengehaald:

Jezus reed midden tussen een zee van mensen die riepen: "Eer voor de Zoon van David! Gezegend is Hij, die komt in de naam van God! Prijs Hem tot in de hoogste hemelen!" Mattheüs 21:9

Niets zo veranderlijk als de publieke opinie. Wat gebeurde er met Jezus toen de stemming was omgeslagen? - toen het 'Hosanna' massaal omsloeg in 'kruisigt Hem!'

12 Daarom is ook Jezus buiten de stad een vreselijke dood gestorven; om ons door Zijn bloed voor God af te zonderen en onze zonden weg te doen.

Jezus was niet langer welkom in de stad. Hij moeste een schandelijke dood sterven buiten de stad. En wat voor Jezus geldt, geldt in dit opzicht ook voor zijn volgelingen:

13 Laten wij dan naar Hem toe gaan, buiten de stad en dezelfde schande dragen die Hij gedragen heeft.
14 Wij horen immers niet in deze wereld thuis; wij kijken uit naar de toekomstige stad.
15 Met de hulp van Jezus zullen wij God altijd blijven eren; en ons offer aan God is dat wij openlijk voor Jezus uitkomen.
16 Wees goed voor anderen en deel uw bezit met hen, want dat zijn offers die God waardeert.
Hebreeën 13:12-15


Denk in dit verband ook aan wat de Heer ons zelf gezegd heeft:

18 Als de mensen u haten, vergeet dan niet dat zij Mij al eerder hebben gehaat.
19 De mensen zouden alleen van u houden als u bij de wereld hoorde. Maar nu dat niet zo is, haten zij u. Dat doen zij omdat Ik u van hen heb losgemaakt.
20 Weet u nog dat Ik zei dat een dienaar niet de meerdere van zijn heer is? Als zij Mij hebben vervolgd, zullen ze u ook vervolgen. Als zij niet naar Mij hebben geluisterd, zullen ze ook niet naar u luisteren.
Johannes 15:19


Als Jezus de schande en de straf voor ons aan het kruis gedragen heeft, is er gelukkig nog één persoon die een plekje voor Jezus overheeft. Dat is Jozef van Arimathea die zijn nieuwe graf ter beschikking stelt. In het begin is er een Jozef die veel moeite moet doen om een plaats te vinden, aan het eind is er - gelukkig - een Jozef die zelf een plaats ter beschikking stelt.

43 Tegen de avond kwam Jozef van Arimathea naar de plaats van de kruisiging. Hij was een voornaam lid van de Hoge Raad en keek persoonlijk met grote verwachting uit naar het Koninkrijk van God. Het was bijna sabbat en dan mogen de Joden niets doen. Toen ging Jozef naar Pilatus en vroeg hem om het lichaam van Jezus.
44 Maar Pilatus kon niet geloven dat Jezus al gestorven was. Hij liet de dienstdoende officier roepen en vroeg hem ernaar.
45 Die zei dat Jezus inderdaad al was gestorven. Toen kreeg Jozef toestemming het lichaam mee te nemen.
46 Jozef haalde het lichaam van het kruis af en wikkelde het in een stuk fijn linnen, dat hij had gekocht. Daarna legde hij het in een graf dat in de rotsen was uitgehouwen en rolde een grote steen voor de opening.
47 Maria van Magdala en Maria, de moeder van Joses, waren meegegaan om te zien waar Jezus werd neergelegd.
Markus 15


Jozef - de vader van Jezus - is op een wonderlijke manier uit het verhaal verdwenen. We hoeven niet te speculeren over zijn afwezigheid. De bijbel noemt hem op een gegeven moment niet meer, dat weten we in ieder geval. Maar er is gelukkig een andere Jozef: Jozef van Arimathea. Hij 'redt onze eer' door onze Heer in ieder geval een fatsoenlijk graf aan te bieden. Hij is de man die het lichaam van Jezus van het kruis haalt - stel je voor wat een werk dit geweest is. Vader Jozef nam een bloederig lichaam in zijn armen -ik denk dat hij zelf de navelstreng heeft doorgeknipt, stel je voor! Hij kon vol trots en liefde een prachtige baby aan Maria geven. Hij mocht het kindje in een kribje leggen, een voederbak voor dieren.

Wat een contrast! Jozef van Arimathea haalt een bloederig lichaam van het kruis. Ook hier worden twee Maria's genoemd, Maria van Magdala en Maria, de moeder van Joses. Opnieuw wordt een lichaam in doeken gewikkeld, maar nu is het een dood lichaam...

Wij, mensen, hadden ternauwernood een plaatsje voor Jezus. Maar, heeft Jezus een plaatsje voor ons? Reken maar! Waar mijn Vader woont, zijn vele huizen. Als dat niet zo was, zou Ik het u wel gezegd hebben. Ik ga er nu heen om alles voor u in orde te maken. Johannes 14:2

Jezus kwam in een wereld die niet echt op Hem zat te wachten. Hij werd uit de tempel en de stad verwijderd door mensen die niet echt op Hem zaten te wachten.
Wachten wij wel op Hem? Hebben wij wel plaats voor Hem?

Welk bordje hebben wij voor ons raam hangen? Ik heb een paar suggesties voor u:

VOL
GEEN PLAATS VOOR JEZUS
WANT MIJN EIGEN VERLANGENS GAAN VOOR

VOL
GEEN PLAATS VOOR JEZUS
WANT IK BEN ERG GESTELD OP MIJN PRIVACY

VOL
GEEN PLAATS VOOR JEZUS
WANT ER IS OOK GEEN PLAATS IN MIJN AGENDA

VOL
GEEN PLAATS VOOR JEZUS
WANT DE LOGEERKAMER IS OPSLAGRUIMTE

WELKOM
KOM MAAR BINNEN, HEER JEZUS
MAAK MIJN HART TOT UW WONING

Paulus schreef:
U hebt toch de genade van onze Here Jezus Christus leren kennen? Hoewel Hij heel rijk was, werd Hij arm terwille van u, opdat Hij door arm te zijn u rijk zou maken.
2 Corinthiërs 8:6

9 Want het echte licht, dat is Christus (B), kwam in de wereld om iedereen te verlichten.
10 Christus kwam in de wereld die door Hem Zelf gemaakt is, maar de wereld wilde niets van Hem weten.
11 Hij kwam in Zijn eigen land, maar Zijn eigen volk heeft Hem niet aanvaard.
12 Maar allen die Hem wel aanvaard hebben, heeft Hij het recht gegeven kinderen van God te worden.
Johannes 1:9-12


Wij kunnen nu wel meewarig doen over het feit dat aan het begin van onze jaartelling niemand uit zichzelf Jezus herkende als de Messias. Alleen degenen aan wie God het door een speciale boodschap (door dromen of engelen) had uitgelegd waren goed op zijn komst voorbereid.

Het is nog steeds moeilijk om Jezus te herkennen - ook vandaag.

Soms komt Hij in zijn volgelingen:
Wie jullie ontvangt, ontvangt Mij. En wie Mij ontvangt, ontvangt God Die Mij gestuurd heeft. Mattheüs 10:40

Soms komt Hij als een kind:
Wie uit liefde voor Mij zo'n kind ontvangt, ontvangt Mij. En wie Mij ontvangt, ontvangt mijn Vader, Die Mij gestuurd heeft. Mattheüs 9:37

Soms komt Hij als een vreemdeling - misschien wel als een dakloze die u een straatkrant wil verkopen. Misschien wel als een zwerver of een orgelman. Misschien wel als de persoon waar u met een grote boog omheen loopt...

43 Ik was een vreemdeling en u wilde Mij niet in huis opnemen. Ik had niets om aan te trekken en u wilde Mij geen kleren geven. Ik was ziek en u wilde Mij niet opzoeken. Ik zat in de gevangenis en u hebt Mij aan mijn lot overgelaten.'
44 Dan zullen zij vragen: 'Maar Here, wanneer hebben wij dan gezien dat U honger had of dorst? Of dat U een vreemdeling was? Of dat U niets had om aan te trekken? Of dat U ziek was of in de gevangenis zat? Wanneer hebben wij U niet geholpen?'
45 Ik zal hun antwoorden: 'Toen u de minste van mijn broeders niet wilde helpen, wilde u Mij niet helpen.'


Heeft u plaats voor Jezus? Is Hij welkom op zijn eigen verjaardag en op alle andere dagen van het jaar?

Amen
Zingen: Hij kwam bij ons, heel gewoon

Zegenbede:

Filippenzen 4
4 Wees blij in de Here; ik zeg het nog eens: Verheug u in Hem!
5 Laat uw vriendelijkheid bij iedereen bekend zijn. De Here is dicht bij u.
6 Maak u nergens zorgen over, maar bid voor alles. Vertel God al uw problemen en verlangens en vergeet vooral niet Hem te danken voor alles wat Hij doet.







10.8.03

 
Heersen of dienen?
Lezen: Richteren 9: 1-15

1 Abimelek nu, de zoon van Jerubbaäl, begaf zich naar Sichem naar de broeders zijner moeder en hij zeide tot hen en tot het gehele geslacht van de familie zijner moeder: 2 Spreekt toch ten aanhoren van al de burgers van Sichem: wat is voor u het beste, dat zeventig mannen over u heersen, al de zonen van Jerubbaäl, of dat één man over u heerst? En bedenkt, dat ik uw eigen vlees en bloed ben. 3 Toen zeiden de broeders zijner moeder dit alles over hem ten aanhoren van al de burgers van Sichem, en dezen kozen partij voor Abimelek, want zij zeiden: Hij is onze broeder. 4 Daarop gaven zij hem zeventig zilverstukken uit de tempel van Baäl-Berit, en Abimelek huurde daarmee lichtzinnige en vermetele mannen, die hem volgden; 5 en gekomen in het huis van zijn vader te Ofra, doodde hij zijn broeders, de zonen van Jerubbaäl, zeventig man, op één steen. Maar Jotam, de jongste zoon van Jerubbaäl, bleef gespaard, want hij had zich verborgen.
6 Toen verzamelden zich al de burgers van Sichem en geheel Bet-Millo, gingen heen en riepen Abimelek tot koning uit bij de terebint van het gedenkteken te Sichem.
7 Toen men dit aan Jotam had meegedeeld, ging hij bovenop de berg Gerizim staan, verhief zijn stem en riep hun toe: Luistert naar mij, gij burgers van Sichem, en God zal naar u luisteren. 8 Eens begaven de bomen zich op weg om een koning over zich te zalven en zij zeiden tot de olijfboom: wees toch koning over ons! 9 Maar de olijfboom zeide tot hen: zou ik de vettigheid prijsgeven, welke God en mensen in mij eren, om te gaan zweven boven de bomen? 10 Toen zeiden de bomen tot de vijgeboom: welaan, wees gij koning over ons! 11 Maar de vijgeboom zeide tot hen: zou ik mijn zoetigheid prijsgeven en mijn goede vruchten, om te gaan zweven boven de bomen? 12 Toen zeiden de bomen tot de wijnstok: welaan, wees gij koning over ons! 13 Maar de wijnstok zeide tot hen: zou ik mijn most prijsgeven, die God en mensen vrolijk maakt, om te gaan zweven boven de bomen? 14 Toen zeiden al de bomen tot de doornstruik: welaan, wees gij koning over ons! 15 En de doornstruik zeide tot de bomen: indien gij mij werkelijk tot koning over u wilt zalven, komt dan en schuilt in mijn schaduw; maar zo niet, dan zal er vuur uitgaan van de doornstruik en de ceders van de Libanon verslinden.


Inleiding
Een opmerkelijke fabel middenin het boek Richteren! Ik las dit gedeelte een tijdje geleden min of meer 'toevallig'. Ik printte het uit en bewaarde het om er later iets mee te kunnen doen. Voor deze preek heb ik het boek Richteren in z'n geheel gelezen - en ik moet u zeggen dat ik bijbelboeken ken die meer tot mijn hart spreken! Toch vind ik het de moeite waard om - naar aanleiding van dit gedeelte - stil te staan bij de tijd en de omstandigheden van het volk Israël in de periode van Richteren / Rechters. Het is immers van belang dit gedeelte in de context te plaatsen, anders trekken we de verkeerde conclusies!

In ieder geval mogen we voorzichtig de conclusie trekken dat het gedeelte uit Richteren te maken heeft met ambitie, heerszucht en dienstbaarheid. Vanmorgen kunnen we nadenken over hoe men in oudtestamentische tijden tegen leiderschap aankeek, maar bovenal wil ik met u stilstaan bij de betekenis van het leven onder Gods gezag en nieuwtestamentische gehoorzaamheid en toewijding aan God.

DE HOOFDROLSPELERS VAN DEZE GESCHIEDENIS

Abimelek, zoon van Jerubbaal (de koning is mijn vader). Jerubbaal was een andere naam van Gideon, de bekende bijbelse held. Abimelek was de zoon van één van Gideons vrouwen. Hij was niet de opvolger als stamhouder. Gideon is - met Simson - de bekendste richter. Met behulp van zijn familie aan moederskant, heeft Abimelek in het voorafgaande gedeelte 70 (!) (half)broers vermoord. Laat dit even tot u doordringen. We hebben hier te maken met een type als Saddam Hoessein: een man die over lijken gaat om zijn macht te krijgen en te houden.

Alleen Jotam, de verteller van de fabel over de bomen, heeft het bloedbad overleefd, omdat hij zich verstopt had. Abimelek heeft de ambitie om koning te worden - bedenk wel: we zitten hier in de periode voor het koningschap van Saul. Abimelek weet zijn naaste bloedverwanten, de burgers van Sichem, ervan te overtuigen dat het beter is om door één koning geregeerd te worden dan door zovele zonen van Gideon. Natuurlijk vindt hij zichzelf de beste kandidaat. Abimelek laat door deze heerszuchtige houding zien dat hij in het geheel niet lijkt op zijn vader Gideon. Lees maar met me mee uit het vorige hoofdstuk:

De mannen van Israël nu zeiden tot Gideon: Heers over ons, zowel gij als uw zoon en uw kleinzoon, want gij hebt ons uit de macht van Midjan verlost. 23 Doch Gideon antwoordde hun: Ik zal over u niet heersen en ook mijn zoon zal over u niet heersen, de HERE zal over u heersen. (Richteren 8:22,23 : 22)

Israël is in deze periode een verdeeld volk. Het gaat goed zolang het volk leeft in gehoorzaamheid aan God, maar keer op keer geven zij er de voorkeur aan hun eigen wegen te volgen. Keer op keer staan er mensen op die denken dat zij het beter weten dan God. Abimelek is één van hen.

Jotam is zoals gezegd de enige overlevende na de slachtpartij die Abimelek onder zijn 70 broers heeft aangericht. Het is altijd goed om de betekenis van bijbelse namen op te zoeken, want vaak geeft die naam al inzicht in de persoonlijkheid van de naamdrager. De naam Jotam betekent: JHWH is perfect. Daar gaat al een heel ander getuigenis vanuit!

Jotam loopt uiteraard groot gevaar met een halfbroer als Abimelek. Hij vertelt deze fabel om de burgers van Sichem te waarschuwen voor Abimelek. Hij doet dit op een versluierde manier, maar de goede verstaander weet heel goed wat hij bedoelt. De fabel van Jotam doet in dit opzicht denken aan de gelijkenissen die Jezus vertelde. Ook toen konden de goede verstaanders de betekenis achter de woorden raden. Maar het kwam ook voor dat het verhaal helemaal niet in één keer begrepen werd. Vaak begreep men pas achteraf wat er met de woorden van de gelijkenis bedoeld was.

Ook hier wordt pas later in de geschiedenis duidelijk dat de woorden van Jotam profetisch zijn. Jotam wil de burgers van Sichem waarschuwen. Abimelek zal een vreselijk heerser zijn - een heerser die geen bescherming biedt, maar een gevaar is voor zijn eigen broeders. Eigenlijk spreekt Jotam hier een oordeel, een vloek uit over de burgers van Sichem en hun zelfbenoemde heerser. Men slaat zijn waarschuwing echter in de wind en Abimelek brengt zijn broeders niets dan ellende en komt drie jaar later zelf ook op een ellendige, vernederende manier aan zijn einde. Een typisch voorbeeld van hoogmoed die voor de val komt. Abimelek is het zoveelste voorbeeld van menselijke hoogmoed en onvermogen.

We zullen niet te veel woorden vuilmaken aan deze man en aan deze gruwelijke geschiedenis. Laten we met elkaar iets meer nadenken over de context, over de donkere tijd van de Richteren en - bovenal - laten we ons afvragen wat we met onze inzichten doen in deze - eveneens duistere tijd!

Zoals aangekondig wil ik met u stilstaan bij de achtergronden van het boek Richteren. Daarna zal ik met u vijf belangrijke conclusies trekken met betrekking tot:

1. Het belang van de wereld en het belang van God
2. Het belang van onderlinge eenheid
3. Het belang van oprecht berouw
4. Het belang van onderwerping aan God
5. Het belang van bevrijding

DE CONTEXT VAN DEZE GESCHIEDENIS

Doel: tonen dat God met zekerheid zal oordelen over de zonde. Even zeker zal Hij vergevend en genadig zijn voor mensen die berouw tonen en hun heil bij Hem zoeken.

Schrijver: mogelijk Samuël - hier is geen zekerheid over. Wellicht is het ook een bundeling van (helden)verhalen uit allerlei bronnen.

Tijd: De periode na Jozua, de held die het beloofde land voor Gods volk heeft veroverd. 1375-1050 v. Chr. (van de eerste Rechter, genaamd Otniël tot Saul, de eerste koning). Mogelijk overlappen de geschiedenissen elkaar geheel of gedeeltelijk.

Plaats en omstandigheden: het land Kanaän, het latere Israël. God had zijn volk bijgestaan tijdens de verovering van het beloofde land. Israël moest volledig afrekenen met de bevolking, maar men had half werk geleverd. In onze oren klinkt dit verschrikkelijk - het waren dan ook vreselijke tijden. De bijbel laat zien dat de oorspronkelijke inwoners van het land kwaad deden in de ogen van God. Israël moest zich volledig ontdoen van het kwaad. Halfslachtig zijn en heulen met de vijand was een groot gevaar. Hier zit al een les voor ons: je kunt wel in het beloofde land zijn, maar je moet het ook in bezit nemen en de rijkdom claimen - anders leef je al gauw weer in bezet gebied en word je opnieuw een slaaf van de zonde.

Sleutelvers: In die dagen was er geen koning is Israël; ieder deed wat goed was in zijn ogen. (17:6)

Rechters is een boek over helden: 12 mannen en vrouwen die Israël verlosten van onderdrukkers. Het waren dappere verlossers. Deze rechters waren verre van volmaakt, maar zij onderwierpen zich in ieder geval met al hun gebreken aan God en God gebruikte hen. Rechters is ook een boek over zonde en de gevolgen van zonde.

Het boek Jozua sluit af met de verklaring van het hele volk dat zij God zullen volgen en onder zijn zegen in het beloofde land zullen wonen. Maar: nadat het volk zich in het land Kanaän gevestigd heeft, vergeet men deze belofte.

Dat is het tragische, terugkerende verhaal! En men was zo goed begonnen in de dagen van Jozua die gezegd had:

Maar ik en mijn huis, wij zullen de HERE dienen!

Toen antwoordde het volk en zeide: Het zij verre van ons, de HERE te verlaten en andere goden te dienen. Want de HERE is onze God. Hij is het, die ons en onze vaderen uit Egypte heeft gevoerd, uit het diensthuis, en die voor onze eigen ogen grote tekenen gedaan heeft, en ons behoed heeft op heel de weg die wij gingen, en onder alle volken door wier midden wij trokken. De HERE dreef alle volken en de Amorieten, de bewoners van dit land, voor ons uit. Ook wij zullen de HERE dienen, want Hij is onze God.
Doch Jozua zeide tot het volk: Gij zult niet in staan zijn de HERE te dienen, want Hij is een heilig God. Hij is een naijverig God. Hij zal uw overtreding en uw zonden niet vergeven. Wanneer gij de HERE verlaat en vreemde goden dient, dan zal Hij Zich omwenden, u kwaad doen en verdelgen, nadat Hij u heeft welgedaan. Het volk zeide echter tot Jozua: Neen, maar de HERE zullen wij dienen. Daarop zeide Jozua tot het volk: Gij zijt getuigen tegen uzelf, dat gij u de HERE verkoren hebt, om Hem te dienen. Toen zeiden zij: Wij zijn getuigen!
(Jozua 24:15-22)


Wat hebben wij mensen toch een grote mond en wat zijn wij toch kort van memorie!

Na de dood van Jozua en de oudsten ontstaat er een vacuüm. Er is geen sterke leider meer en er is geen centrale regering in het land. Israël ging niet een tijd van voorspoed en zegen tegemoet, maar een donkere tijd vol ellende. De bijbel versluiert dit niet!

De verklaring voor het snelle verval: zonde. De eerste zonde hebben we al genoemd: het niet volledig afrekenen met de vijand, maar onderlinge vermenging en overname van afgodendienst. Een ieder deed wat goed was in zijn eigen ogen…

Al gauw worden de Israëliërs opnieuw gevangenen en horigen. God staat toe dat allerlei vijanden het volk terroriseren. Steeds roepen de Israëlieten vanuit hun ellende wanhopig tot God om uitredding. Omdat God trouw blijft aan zijn belofte, en vanuit zijn goedertierenheid, liet God steeds een rechter opstaan vanuit het volk en die stelde dan orde op zaken. Zolang de rechter leefde, ging het goed. Daarna was er steeds weer verval. Datzelfde patroon zien we later ook bij de koningen. Het volk werd er letterlijk niets wijzer van. De mens is niet in staat om zichzelf te redden!

Het boek Rechters / Richteren omspant een periode van 325 jaren, 6 opeenvolgende perioden van onderdrukking en bevrijding, met 12 rechters. De onderdrukkers waren de Mesopotamiërs, de Moabieten, de Filistijnen, de Kanaänieten, de Midianieten en de Amonieten. Allerlei verlossers, dappere strijders, voerden het volk aan naar bevrijding en ware aanbidding. God toont eindeloos geduld met het volk.

Veel hoofdstukken lees je met afgrijzen. Als er een televisieserie van gemaakt zou worden dan verschenen er zeker veel waarschuwende symbooltjes in beeld: alles wat mensen aan grofheid, wreedheid en gewelddadigheid kunnen bedenken, komt in dit boek voor. De bijbel gaat niet over een andere planeet. De bijbel laat de harde werkelijkheid zien en deze is in veel opzichten vergelijkbaar met de huidige situatie in het midden oosten. Weer proberen we alle problemen zelf op te lossen, weer gaan we onze zelfgekozen leiders achterna… Kun je uit zo'n donker boek wel goede dingen halen?

DE LESSEN UIT DEZE GESCHIEDENIS

1. DE BELANG VAN DE WERELD EN HET BELANG VAN GOD

Laat de wereld je niet afbrengen van je taak als volgeling van Christus (de wereld voor Christus winnen)
Het volk liet zich in slaap sussen en werd dan steeds verder ingepakt door de vijand. Men woonde tussen de vijand in (vandaag leven wij ook op bezet gebied). Men liet zich afbrengen van de opdracht (het hele land voor God claimen) en men nam de slechte gewoonten, de zonden van de vijand over.
Het is aantrekkelijk om de wereld te volgen. De samenleving heeft afvallige gelovigen veel te bieden: rijkdom, acceptatie, erkenning, macht en invloed. Als God ons een opdracht geeft, moeten wij die opdracht niet laten mislukken vanwege onze liefde voor de wereld en onze hang naar erkenning. We moeten het oog gericht houden op Christus, onze Rechter en Verlosser.

2. HET BELANG VAN ONDERLINGE EENHEID

Wees niet onderling verdeeld en eigenwijs, geef de tegenstander niet de gelegenheid om ons uit te schakelen. Israël was een verdeeld volk. De stammen trokken niet samen op, maar gingen ieder hun eigen gang. Onafhankelijkheid werd meer gewaardeerd dan saamhorigheid. United we stand, divided we fall…
Ieder deed wat goed was in zijn ogen. Een treffende beschrijving van onze situatie vandaag de dag. Men was niet één op het gebied van staat of religie. Recht en gerechtigheid waren ver te zoeken. Afgoderij en aan de mens aangepaste religie leidden tot een volledige afval van God.

Les voor ons: we kunnen moreel verval en de ondergang zien aankomen als wij iets boven God gaan stellen. Denk niet meteen aan afgodsbeelden of materiële zaken. Denk ook aan welvaart en onafhankelijkheid! Toewijding aan God moet boven alles staan, anders hebben we een afgodsbeeld opgericht. God heeft recht op onze onverdeelde aanbidding!

3 HET BELANG VAN ONDERWERPING AAN GOD

Leef niet van nederlaag naar nederlaag, maar van overwinning naar overwinning!
God liet toe dat onderdrukking en vernedering kwam. De vijand had vrij spel, omdat het volk van Israël zwak, verdeeld en toegeeflijk was. Steeds was God eropuit het volk weer tot inkeer te brengen, steeds stelde Hij hun trouw en gehoorzaamheid op de proef.
Opstand tegen God leidt tot ondergang. Een strijd die een mens nooit kan winnen! God kan een nederlaag in ons leven toelaten om ervoor te zorgen dat wij op zijn wegen terugkeren. Als alles in ons leven in puin ligt, komen we weer terug op het fundament van ons bestaan. Is God dat fundament in jouw leven? Zo'n nederlaag kan het moment zijn om orde op zaken te stellen en opnieuw te beginnen met God. God is trouw en lankmoedig!

4. HET BELANG VAN OPRECHT BEROUW

Als we gezondigd hebben, moeten we radicaal breken, onze schuld belijden en terugkeren naar God
Steeds moet het volk in diepe ellende raken alvorens men Gods hulp weer inroept. Als je het boek in één keer uitleest (en dat is goed te doen), dan ga je dat patroon herkennen. Het wordt vervelend en voorspelbaar. Dat moet het voor God ook geweest zijn. De mens is een hardnekkig, hardleers wezen. Steeds is aan Gods kant ook hetzelfde patroon te zien: Hij blijkt steeds de betrouwbare partner die zijn volk weer uit de ellende bevrijd. Mensen zouden allang het bijltje erbij neer gegooid hebben…
Afgoderij neemt ons leven in bezit wanneer we iets belangrijker gaan vinden dan God. We moeten de moderne afgoden, de idols van deze tijd, herkennen - identificeren - en hen afzweren. Keer terug naar Gods liefde en genade! Toon berouw!

5. HET BELANG VAN BEVRIJDING

Omdat het volk steeds berouw toonde, stelde God helden aan die voor verlossing zorgden. Deze helden, de Rechters, herstelden de dienst aan God en zuiverden het volk radicaal van zonde. Er is geen plaats voor halve maatregelen; zachte heelmeesters maken stinkende wonden! God laat zien dat Hij allerlei mensen kan gebruiken in zijn dienst. Het zijn niet de mensen die wij uitgekozen zouden hebben… Zij handelden dan ook niet vanuit hun eigen kracht en inzicht, maar waren geheel afhankelijk van God. Het zit ook niet in de macht van het getal. (De meerderheid heeft het doorgaans bij het verkeerde eind). Illustratief is hetgeen God tot Gideon zegt:

"Zolang er zoveel soldaten bij je zijn, geef ik Midjan niet in hun macht. De Israëlieten zouden eens de eer van de overwinning kunnen opeisen, door te denken dat ze door eigen kracht zijn bevrijd." (Rechters 6:2)

God is niet afhankelijk van onze individuele of collectieve kracht. God wil onze onverdeelde toewijding!
Echte geloofshelden weten dat zij van zichzelf zwak en zondig zijn. Zij kunnen boven de omstandigheden uitgroeien, omdat zij zich door God laten gebruiken.

Lucas 22:24-27
24 Er ontstond ook onenigheid onder hen over de vraag, wie van hen als de eerste moest gelden. 25 Hij zeide tot hen: De koningen der volken voeren heerschappij over hen en hun machthebbers worden weldoeners genoemd. 26 Doch gij niet alzo, maar de eerste onder u worde als de jongste en de leider als de dienaar. 27 Want wie is de eerste: die aanligt, of die dient? Is het niet, die aanligt? Maar Ik ben in uw midden als dienaar.

20.6.03

 
Geen hoorder, maar dader!

zondag 20 juli 2003

Lezen: Jacobus 1

'Want wie hoorder is van het woord en niet dader, die gelijkt op een man, die het gelaat, waarmede hij geboren is, in een spiegel beschouwt; want hij heeft zich beschouwd, is heengegaan en heeft terstond vergeten, hoe hij er uitzag. (Jacobus 1:23 ,24)

1 Jakobus, een dienstknecht van God en van de Here Jezus Christus, groet de twaalf stammen in de verstrooiing.

Dit is een brief met een afzender en met ontvangers. Jakobus, jongere broer van de Here Jezus, schrijft kort - maar krachtig - aan de 12 stammen in de verstrooiing ('diaspora'). Deze brief is dus gericht aan joden. Belangrijk in het NT: genade <-> werken. Paulus legt de nadruk op het feit dat we alleen gered kunnen worden dankzij het volbrachte werk van onze Here Jezus. Voor de oppervlakkige lezer lijkt er een tegenstrijdigheid te zitten in de boodschappen van Paulus en Jacobus. Paulus benadrukt het belang van genade; Jacobus het belang van werken. Er is echter geen sprake van een tegenstelling, de waarheid wordt van 2 kanten belicht: als je behouden bent door genade, dan zijn goede werken het logische gevolg. Ook het OT stelt dat de mens zonder Gods genade verloren is en uit zichzelf niet tot iets goeds in staat is:

2 De Here ziet neder uit de hemel op de mensenkinderen, om te zien, of er een verstandig is, een, die God zoekt.
3 Allen zijn zij afgeweken, tezamen ontaard; er is niemand die goed doet, zelfs niet een. (Ps. 14:2,3).


Paulus haalt deze psalmtekst instemmend aan in zijn brief aan de Romeinen:

(Romeinen 3: 10 t/m 28)
10 …Gelijk geschreven staat: Niemand is rechtvaardig, ook niet een,
11 er is niemand, die verstandig is, niemand, die God ernstig zoekt;
12 allen zijn afgeweken, tezamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die doet wat goed is, zelfs niet een.
13 Hun keel is een open graf, met hun tong plegen zij bedrog, addergif is onder hun lippen;
14 hun mond is van vloek en bitterheid vol;
15 Snel zijn hun voeten om bloed te vergieten,
16 verwoesting en ellende zijn op hun wegen,
17 en de weg des vredes kennen zij niet.
18 De vreze Gods staat hun niet voor ogen.
19 Nu weten wij, dat de wet, bij al wat zij zegt, tot hen spreekt, die onder de wet zijn, opdat alle mond gestopt en de gehele wereld strafwaardig worde voor God,
20 daarom, dat uit werken der wet geen vlees voor Hem gerechtvaardigd zal worden, want wet doet zonde kennen.
21 Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden, waarvan de wet en de profeten getuigen,
22 en wel gerechtigheid Gods door het geloof in Jezus Christus, voor allen, die geloven; want er is geen onderscheid.
23 Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods,
24 en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus.
25 Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in zijn bloed, om zijn rechtvaardigheid te tonen, daar Hij de zonden, die tevoren onder de verdraagzaamheid Gods gepleegd waren, had laten geworden -
26 om zijn rechtvaardigheid te tonen, in de tegenwoordige tijd, zodat Hijzelf rechtvaardig is, ook als Hij hem rechtvaardigt, die uit het geloof in Jezus is.
27 Waar blijft het roemen dan? Het is uitgesloten. Door welke wet? Der werken? Neen, maar door de wet van geloof.
28 Want wij zijn van oordeel, dat de mens door geloof gerechtvaardigd wordt, zonder werken der wet.


Paulus en Jacobus zijn het eens over de zondige, verloren staat van de mens zonder God. Ook zijn zij het eens over het feit dat de mens alleen uit genade behouden wordt. Jacobus trekt echter de consequenties: als je tot dit inzicht gekomen bent, dan kun je niet een onveranderd mens blijven. Na het dankbaar aanvaarden van de genade, moet er een weg van levensheiliging komen. Je kunt niet stil blijven staan! Jacobus beschrijft dit proces van levensheiliging:

2 Houdt het voor enkel vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt,
3 want gij weet, dat de beproefdheid van uw geloof volharding uitwerkt.
4 Maar die volharding moet volkomen doorwerken, zodat gij volkomen en onberispelijk zijt en in niets te kort schiet.


Je geloof in Gods genade wordt in de harde praktijk van het leven op de proef gesteld. Er komen verzoekingen op je weg. Daarover moet je niet klagen, daarover moet je je verheugen, zegt Jacobus. Echt geloof kan tegen een stootje. In de praktijk moet blijken of je trouw blijft aan God en of er vooruitgang zit in je geestelijke groei. Het is een leerproces. Maar: elke beginnende leerling is onzeker. Ben ik wel opgewassen tegen de verleidingen? Heb ik genoeg verstand? Heb ik genoeg geloof? Jacobus, de ervaren leermeester, heeft niet veel woorden nodig (i.t.t. Paulus…) om de onzekere, twijfelende volgeling van onze Here Jezus de weg te wijzen:

5 Indien echter iemand van u in wijsheid te kort schiet, dan bidde hij God daarom, die aan allen geeft, eenvoudigweg en zonder verwijt; en zij zal hem gegeven worden.
6 Maar hij moet bidden in geloof, in geen enkel opzicht twijfelende, want wie twijfelt, gelijkt op een golf der zee, die door de wind aangedreven en opgejaagd wordt.
7 Want zulk een mens moet niet menen, dat hij iets van de Here zal ontvangen,
8 innerlijk verdeeld als hij is, ongestadig op al zijn wegen.


Als je wijsheid (inzicht) te kort komt: vraag er dan gewoon om. God staat al klaar om het je te geven. Denk aan Salomo: het is goed om God om wijsheid te vragen. Maar als je erom vraagt, dan moet je er wel vanuit gaan dat God het je kan geven. Je moet het geschenk van God aanvaarden! Als je blijft twijfelen en blijft denken: 'ik leer het nooit, ik kan het toch niet…' dan blijkt daar geen geloof, maar ongeloof uit. Natuurlijk kun jij het niet - maar God kan het wel!

Het maakt niet uit in welke positie de genade van Christus ons aantreft. In Gods ogen is onze uitgangspositie gelijk. Niemand begint aan de race met een voorsprong, maar na de start zie je wel grote verschillen in vooruitgang. De een blijft aarzelend staan na het startschot, een ander rent te ver vooruit. Dat vraagt God niet van ons. We moeten gelovig op weg gaan - in het vertrouwen dat Hij ons leiden zal.
Laat je niet intimideren door mensen die 'hoog' of 'rijk' zijn. Voor de geestelijke reis - de levensheiliging - vormen status en bezit eerder een handicap.

Paulus zegt het zo in 1 Kor. 1:25 t/m 31

25 Want het dwaze van God is wijzer dan de mensen en het zwakke van God is sterker dan de mensen.
26 Ziet slechts, broeders, wat gij waart, toen gij geroepen werdt: niet vele wijzen naar het vlees, niet vele invloedrijken, niet vele aanzienlijken.
27 Integendeel, wat voor de wereld dwaas is, heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen, en wat voor de wereld zwak is, heeft God uitverkoren
om wat sterk is te beschamen;
28 en wat voor de wereld onaanzienlijk en veracht is, heeft God uitverkoren, dat, wat niets is, om aan hetgeen wel iets is, zijn kracht te ontnemen,
29 opdat geen vlees zou roemen voor God.
30 Maar uit Hem is het, dat gij in Christus Jezus zijt die ons van God is geworden: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing,
31 opdat het zij, gelijk geschreven staat: Wie roemt, roeme in de Here.


Jacobus is het 100% eens met broeder Paulus. Hij relativeert de positie, de status van de natuurlijke mens. Het gaat in het christenleven niet om aanzien of materiële rijkdom. Onze hoge positie hebben we te danken aan de genade van Christus. Rijk zijn in deze wereld biedt hierbij geen voordeel voor de geestelijke reis:

9 Laat de geringe broeder roemen in zijn hoogheid,
10 maar de rijke in zijn geringheid, want als een bloem in het gras zal hij vergaan.
11 Want de zon komt op met haar hitte en doet het gras verdorren, en zijn bloem valt af en de schoonheid van haar uiterlijk verdwijnt; zo zal ook de rijke met zijn ondernemingen verwelken.


'No pain, no gain' (zonder pijn, geen vooruitgang). De trainers Paulus, Jacobus en Petrus zijn het erover eens: wees blij met beproevingen, want dit zijn groeikansen voor een volgeling van Christus.

Jacobus zegt het zo:

12 Zalig is de man, die in verzoeking volhardt, want, wanneer hij de proef heeft doorstaan, zal hij de kroon des levens ontvangen, die Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben.

Paulus zegt het zo (Hebr. 12:1-6):

1 Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding (= doorzettingsvermogen) de wedloop lopen, die voor ons ligt.
2 Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke voor Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods.
3 Vestigt uw aandacht dan op Hem, die zulk een tegenspraak van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat gij niet door matheid van ziel verslapt.
4 Gij hebt nog niet ten bloede toe weerstand geboden in uw worsteling tegen de zonde,
5 en gij hebt de vermaning vergeten, die tot u als tot zonen spreekt: Mijn zoon, acht de tuchtiging des Heren niet gering, en verslap niet, als gij door Hem bestraft wordt,
6 want wie Hij liefheeft, tuchtigt de Here, en Hij kastijdt iedere zoon, die Hij aanneemt.


Wat moeten we volgens broeder Paulus zelf doen tijdens de geestelijke reis?
 de wedloop lopen - in beweging komen en blijven
 het oog - onze aandacht - op de Here Jezus gericht houden (ons doel)
 het kruis dragen dat Hij ons geeft (we delen in zijn lijden en verdragen de schande)
 weerstand bieden tegen de zonde
 de tuchtiging van God aanvaarden


Petrus zegt het zo (1 Petrus 4:12 en 13):
12 Geliefden, laat de vuurgloed, die tot beproeving dient, u niet bevreemden, alsof u iets vreemds overkwame.
13 Integendeel, verblijdt u naarmate gij deel hebt aan het lijden van Christus opdat gij u ook met vreugde zult mogen verblijden bij de openbaring zijner heerlijkheid.


Christus is ons vertrekpunt (uit genade zijn we behouden) en ons doel. Hij is ook de Weg waarop wij lopen. Hij is niet een hindernis op onze weg: Hij leert ons om hindernissen te ontwijken of te nemen. God plaatst geen struikelblokken op onze weg! Wij dwalen zelf van het pad af en we zoeken de moeilijkheden op. God laat wel toe dat er tegenslagen komen. We lopen niet altijd met rugwind bergafwaarts; we moeten ook strijden en klimmen op de Weg. God laat ons sterker worden door de weerstanden. Hij geeft ons niet het kwade, maar het goede - zo maakt Jacobus duidelijk:

13 Laat niemand, als hij verzocht wordt, zeggen: Ik word van Godswege verzocht Want God kan door het kwade niet verzocht worden en Hijzelf brengt ook niemand in verzoeking.
14 Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking zijner eigen begeerte.
15 Daarna, als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde; en als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood voort.
16 Dwaalt niet, mijn geliefde broeders.
17 Iedere gave, die goed, en elk geschenk, dat volmaakt is, daalt van boven neder, van de Vader der lichten, bij wie geen verandering is of zweem van ommekeer.


God is voor ons als de zon: Hij is er altijd, Hij schijnt altijd - maar wij leven niet altijd in zijn licht en wij ervaren niet altijd zijn warmte. Dat wil niet zeggen dat Hij er niet meer is of dat Hij veranderd is! Onze zonden kunnen ons het zicht ontnemen op Gods liefde en genade. De omstandigheden (de bewolking) kunnen zo zijn dat ons gevoel ons in de steek laat. Maar God laat ons niet in de steek! Als wij blijven geloven in zijn goedheid, dan brengt Hij ons ook door de moeilijkheden heen.

Johannes zegt het zo:

En dit is de verkondiging, die wij van Hem gehoord hebben en u verkondigen: God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis.
6 Indien wij zeggen, dat wij gemeenschap met Hem hebben en in de duisternis wandelen, dan liegen wij en doen de waarheid niet;
7 maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkander; en het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.


Je kunt niet gemeenschap met God hebben en in de duisternis blijven wandelen. Dat is een leugenachtig leven. Hoe kunnen we in gemeenschap met God leven? Door het reinigende bloed van zijn Zoon, Jezus Christus. Dit bloed reinigt van alle zonde.

Jacobus benadrukt onze unieke positie in Christus: eerstelingen van een nieuwe schepping! (Nieuwe oogst!)

18 Naar zijn raadsbesluit heeft Hij ons voortgebracht door het woord der waarheid, om in zekere zin eerstelingen te zijn onder zijn schepselen.

Dit zegt Paulus ook (2 Tess. 13):
13 Maar wij behoren God te allen tijde om u te danken, door de Here geliefde broeders, dat God u als eerstelingen Zich verkoren heeft tot behoudenis, in heiliging door de Geest en geloof in de waarheid.

We hebben gezien dat Jacobus zich tot de stammen in de verstrooiing richt. Paulus richtte zich tot de heidenen, maar hij zegt hetzelfde. In Romeinen 11:13-16 maakt Paulus duidelijk dat God hem het heil aan de heidenen laat verkondigen, maar dat Hij daarmee ook de naijver (jaloezie) bij de joden wil opwekken. Uit deze woorden blijkt dat God zijn volk niet voor altijd verworpen heeft. Hij wil ook hen in genade aannemen!

13 Ik spreek tot u, heidenen. Juist omdat ik apostel der heidenen ben, acht ik dit de heerlijkheid van mijn bediening,
14 dat ik zo mogelijk de naijver van mijn vlees (en bloed) mocht opwekken, en enigen uit hen behouden.
15 Want, indien hun verwerping de verzoening der wereld is, wat zal hun aanneming anders wezen dan leven uit de doden?
16 Zijn de eerstelingen heilig, dan ook het deeg, en is de wortel heilig, dan ook de takken.
(Romeinen 11:13-16)


Jacobus geeft nog een paar praktische tips voor onderweg:

19 Weet (dit) wel, mijn geliefde broeders:

TIP 1 ieder mens moet snel zijn om te horen, langzaam om te spreken, langzaam tot toorn;
20 want de toorn van een man brengt geen gerechtigheid voor God voort.


God heeft je twee oren gegeven, en maar één mond. Praat niet zoveel, luister aandachtig. Maak je niet zo snel boos, want de boosheid van mensen brengt voor God niet goeds voort!
(De toorn van God / Christus is iets anders, want dit is 100% rechtvaardige toorn. Wij kunnen niet boos worden zonder zelfverwijt).

TIP 2
21 Legt dus af alle vuilheid en alle uitwas van boosheid en neemt met zachtmoedigheid het in u geplante woord aan, dat uw zielen kan behouden.
Neem afstand van de zonde en laat de boosheid niet in je hart regeren. Weest zachtmoedig en stel jezelf onder het gezag van Gods Woord.


TIP 3
22 En weest daders des woords en niet alleen hoorders: dan zoudt gij uzelf misleiden.
Blijf niet steken in je positie van toehoorder: wat je gehoord hebt - breng dat in de praktijk. Je moet consequenties verbinden aan het feit dat je een behouden zondaar bent: nu begint de reis pas! Als je alleen maar hoort, maar geen gevolg geeft aan de oproep om Christus daadwerkelijk te volgen, dan stelt je geloof niets voor - dan heeft het geen praktische betekenis:


23 Want wie hoorder is van het woord en niet dader, die gelijkt op een man, die het gelaat, waarmede hij geboren is, in een spiegel beschouwt;
24 want hij heeft zich beschouwd, is heengegaan en heeft terstond vergeten, hoe hij er uitzag.


Een gedachte die humoristisch overkomt. Er is iets mis met ons korte termijngeheugen als we in de spiegel van Gods Woord ontdekt hebben wat onze positie zonder en met Christus is, dan moeten we vervolgens iets met deze informatie gaan doen! De wetenschap dat je behouden bent door genade moet een praktische uitwerking hebben.

Jacobus spreekt - als een goede jood - over de wet die ons een spiegel voorhoudt, maar hij blijft niet steken in zijn spiegelbeeld. Hij ziet dat er een volmaakte wet is: die der vrijheid!

25 Maar wie zich verdiept in de volmaakte wet, die der vrijheid, en daarbij blijft, niet als een vergeetachtige hoorder, doch als een werkelijk dader, die zal zalig zijn in zijn doen.


Jacobus spreekt over de wet der vrijheid. Hier sluit hij prima aan bij de woorden van broeder Paulus in Galaten 3:11-13

11 En dat door de wet niemand voor God gerechtvaardigd wordt, is duidelijk; immers, de rechtvaardige zal uit geloof leven.
12 Doch bij de wet gaat het niet om geloof, maar: wie dat doet, zal daardoor leven.
13 Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek der wet door voor ons een vloek te worden; want er staat geschreven: Vervloekt is een ieder, die aan het hout hangt.


Christus heeft de wet volmaakt gemaakt: Hij heeft genade boven recht gegeven. Hij heeft ons door zijn kruisdood vrijgekocht van de vloek der wet. Ons behoud is geen eigen verdienste, het is de verdienste van Christus die zelf tot het eind aan Gods geboden gehoorzaam geweest is en onze zonde aan het kruis op zich genomen heeft.

Paulus zegt:

19 Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, die in u woont, die gij van God ontvangen hebt, en dat gij niet van uzelf zijt?
20 Want gij zijt gekocht en betaald. Verheerlijkt dan God met uw lichaam. (1 Kor. 6:19)


Als je gekocht en betaald bent, ben je dan nog van jezelf? Nee, dan ben je van je nieuwe Eigenaar. Je hoort bij God - vergeet dat niet! En Jacobus maakt duidelijk dat dit consequenties heeft. Je hoort niet bij God omdat je 'godsdienstig bent'. Je hoort bij God omdat Hij jou gekocht en betaald heeft met het bloed van zijn eigen Zoon. Als je dat beeld in de spiegel van Gods Woord gezien hebt, dan kunnen de gevolgen niet uitblijven.

Je zult de zuivere en onbevlekte godsdienst voor God in praktijk moeten brengen, niet de waardeloze godsdienst van mensen:

26 Indien iemand meent godsdienstig te zijn en daarbij zijn tong niet in toom houdt, maar zijn hart misleidt, diens godsdienst is waardeloos.
27 Zuivere en onbevlekte godsdienst voor God, de Vader, is: omzien naar wezen en weduwen in hun druk en zichzelf onbesmet van de wereld bewaren.


In mijn eigen woorden samengevat:

Houd je tong in bedwang, maak jezelf niets wijs, dien God vanuit een oprecht hart, zorg voor hen die hulp behoeven en bewaar jezelf voor de vuiligheid die de wereld te bieden heeft.

1 Kor. 9: 23-27:

23 Alles doe ik ter wille van het evangelie, om er zelf ook deel aan te verkrijgen.
24 Weet gij niet, dat zij, die in de renbaan lopen, allen wel lopen, doch dat slechts een de prijs kan ontvangen? Loopt dan zo, dat gij die behaalt!
25 En al wie aan een wedstrijd deelneemt, beheerst zich in alles; zij om een vergankelijke erekrans te verkrijgen, wij om een onvergankelijke.
26 Ik loop dan ook niet maar in den blinde en ik ben geen vuistvechter, die zo maar in de lucht slaat.
27 Neen, ik tuchtig mijn lichaam en houd het in bedwang, om niet, na anderen gepredikt te hebben, wellicht zelf afgewezen te worden.


De liefde van God, de genade van onze Here Jezus Christus en de gemeenschap door de Heilige Geest - zij met u allen. Amen!

3.3.02

 
EMG zondag 3 maart 2002


Waarom zijt gij zo bevreesd?


Welke bijbelse geschiedenissen komen bij u in gedachten als ik het onderwerp ‘angst’ noem?

Angstig, bevreesd, bang… -zijn is menselijk. Ook de dapperste helden, de sterkste kerels zijn op bepaalde momenten angstig. Alleen zeggen ze dan dat ze ‘gespannen’ of ‘nerveus’ zijn…

Het eerste verhaal waar ik aan moest denken: de storm op het meer. Deze geschiedenis is het uitgangspunt, niet het onderwerp van deze preek!


Lezen: Marcus 5:35-41


Sleuteltekst voor vandaag:Waarom zijt gij zo bevreesd? Hoe hebt gij geen geloof? En zij werden bovenmate bevreesd en zeiden tot elkander: Wie is toch deze, dat ook de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn? (Marcus 5:40).

Verschillende soorten vrees:
Bang voor de omstandigheden (wij hebben geen controle over de wind en de golven!), angst voor zaken die je niet onder controle hebt (bij mij: vliegangst. Ik vlieg wel, maar ik ben minder bang in een auto of in een boot - terwijl dat statistisch gezien, gevaarlijker is). Je hebt het niet in eigen hand. Maar als je nuchter nadenkt, heb je de omstandigheden zelden of nooit in eigen hand. Je bent hartstikke kwetsbaar!
Ontzag voor de Meester die alles wèl onder controle heeft (Jezus is ontzagwekkend, ‘AWESOME’ noemen ze dat in het Engels…). Ineens realiseren de discipelen met Wie ze hier in de boot zitten. Hoewel, ze begrijpen op dit moment nog niet ten volle Wie Jezus is! Dit in tegenstelling tot de bezeten man, die - als ze later aan land komen - direct onderkent Wie er voor hem staat: ‘Wat hebt Gij met mij te maken, Jezus, Zoon van de allerhoogste God?’ (Marcus 5:7).

Dit brengt ons van de lichamelijke realiteit naar de geestelijke realiteit: er woedt een strijd in de hemelse gewesten. Wij laten ons schrik aanjagen door hetgeen voor ogen is en vertrouwen ook op hetgeen voor ogen is. De Bijbel geeft daar talrijke voorbeelden van!

Uit de woorden van Jezus blijkt dat Hij bovenal verwonderd was over het gebrek aan geloof. Hij Zelf was aan boord. Waarom zouden ze bang zijn? Zou er iets kunnen gebeuren waar Hij de controle niet over had? Jezus klinkt hier verwonderd, verbaasd. In Matteüs spreekt Hij de discipelen aan als ‘kleingelovigen’. Deze angst heeft te maken met een onvolgroeid geloof. Als ze al zo bang waren voor wind en water, hoe moest dat dan als ze de geestelijke strijd gingen aanbinden? De discipelen moesten nog heel veel leren…

Jezus was uitgeput. Het is grappig dat er staat dat Hij met zijn hoofd tegen een kussen lag - Matth. 8:20 ‘Maar de Zoon des mensen heeft geen plaats om het hoofd neer te leggen.’ Jezus was meegegaan ‘zoals Hij was’ (36). Een opmerkelijke formulering. Jezus was als mens niet veeleisend. Hij nam genoegen met vrijwel niets! Maar onder alle omstandigheden was Hij volmaakt zichzelf! Het is ook grappig om te zien dat het Jezus’ idee was om het meer over te steken. Zijn volgelingen volgden Hem slechts! Ook over deze geschiedenis had Hij volledig de regie in handen. Zelfs tijdens zijn slaap! Dit kan alleen maar een ‘levende gelijkenis’ geweest zijn, dit was het practicumdeel van het discipelenonderwijs! De Meester gaat even slapen, even kijken of de leerlingen het nu zelf kunnen redden…

Jezus liet zijn discipelen wel vaker schrikken:

 Hij liep over het water heen: Toen de discipelen Hem over de zee zagen gaan, werden zij verbijsterd en zeiden: Het is een spook! En zij schreeuwden van vrees. Terstond sprak Jezus hen aan en zeide: Houdt moed, Ik ben het, weest niet bevreesd! (Matth. 14:26).
Hij verscheen na zijn opstanding plotseling in hun midden: En terwijl zij hierover spraken, stond Hij zelf in hun midden; en zij werden ontzet en verschrikt en meenden een geest te aanschouwen. (Lucas 24:36,37).

Opvallende contrasten: de vredige rust van Jezus en de radeloze paniek van de leerlingen. Menselijk gezien kan je het de discipelen niet aanrekenen dat ze bang waren: de golven sloegen in het schip, zodat het schip reeds vol liep. Het gevaar was dichtbij en concreet!

Jezus lag te slapen. De rust is Hem kennelijk niet gegund, want Hij wordt wakker gemaakt. Ik vind het nooit zo leuk om wakker te worden, maar ik vind het helemaal niet leuk om wakker gemaakt te worden. Vooral als het om onbenullige redenen is (‘mogen we een snoepje pakken?’). ‘Laat me met rust!’ is dan het vriendelijkste dat ik op zo’n moment bedenken kan… Wreed uit je slaap gewekt worden - ik houd er niet van…

Jezus wordt niet voor een onbenulligheid wakker gemaakt. Zijn reactie is ook helemaal niet zo fel: het is een milde berisping. Eigenlijk worden de wind en de golven bestraffend toegesproken, niet de discipelen! (39).

Twee vormen van vrees hebben we in dit bijbelgedeelte gezien: angst voor de dreigende omstandigheden en diep ontzag voor de Heer van hemel en aarde. Laten we ons vanmorgen wat meer verdiepen in de verschillende vormen van ‘vrees’ die de Bijbel aan de orde stelt.

Zelf gebruiken we verschillende woorden voor ‘vrees’: bevreesd of angstig zijn, bang zijn, verschrikt zijn, ontzag hebben voor… Ook de Bijbel kent diverse woorden en betekenissen voor deze gemoedstoestand. Vanmorgen willen we verschillende vormen van angst / vrees bespreken:

a) Angst die verband houdt met zonde en oordeel

En de Here God riep de mens tot Zich en zeide tot hem: Waar zijt gij? En hij zeide: Toen ik uw geluid in de hof hoorde, werd ik bevreesd, want ik ben naakt; daarom verborg ik mij. Genesis 3:9,10
Dit is de schaamte (naaktheid) en de angst van het slechte geweten. Nog altijd speelt deze vorm van angst ons parten. Het is de angst van het creatief ingevulde belastingformulier. Het is de angst van de zwartrijder en de foutparkeerder. Het is de angst van het spiekbriefje en de angst van de minnaar in de kast…

Tegenover deze angst staat de onbevangenheid van het reine geweten. In het boek Spreuken worden deze gemoedstoestanden (t.w. angst voortkomend uit een kwaad geweten en onschuldig onbevangenheid voorkomend uit een rein geweten) treffend beschreven:

De goddeloze gaat op de vlucht, zonder dat iemand vervolgt, maar de rechtvaardige voelt zich veilig als een jonge leeuw. (Spreuken 28:1).

Wanneer de kracht en majesteit van God zich manifesteert / openbaar gemaakt wordt, dan is vrees ook het logische gevolg. De Bijbel staat vol met getuigenissen van mensen die ter aarde vielen nadat ze met een goddelijke verschijning of openbaring geconfronteerd werden. Ineens weet een mens dan dat hij niet kan bestaan in Gods heilige aanwezigheid. Het is de zonde in ons, die een ontmoeting met de heilige God onmogelijk maakt. We zouden in onze zondige staat niet blijven bestaan wanneer God aan ons verschijnt, het licht duldt de aanwezigheid van het donker niet. Het licht overwint ALTIJD!

Wanneer een zondaar met dit Licht geconfronteerd wordt, wijkt hij terug! Dat is de natuurlijke reactie. Je bent immers bang dat je slechte natuur, je verkeerde daden aan het licht zullen komen. Een voorbeeld hiervan zien we bij Felix, na het getuigenis van Paulus: ‘Maar toen hij (Paulus) sprak over rechtvaardigheid en ingetogenheid en het toekomstig oordeel, werd Felix bevreesd en antwoordde: Ga voor heden heen; wanneer ik nog eens gelegenheid heb, zal ik u wel weder ontbieden…’ (Handelingen 24:25).

Felix kreeg het benauwd. Hij deinsde terug voor de consequenties. Dit zien we vandaag de dag ook. Mensen gebruiken allerlei smoezen en excuses om het evangelie van Jezus Christus niet te hoeven aanvaarden. Ze verschuilen zich achter vermeend onrecht dat hen door de kerk is aangedaan. Ze zeggen dat ze wel graag zouden willen geloven, maar dat ze het niet kunnen. In feite deinzen ze gewoon terug voor de consequenties!

God kan angst gebruiken om mensen tot inkeer te brengen. Soms kan dat door ziekte, een droom, een ongeluk. De narigheid is niet door God in de wereld gekomen, maar Hij zal niet nalaten om de narigheid te gebruiken om mensenkinderen tot Zich te trekken! Een voorbeeld: de gevangenbewaarder van Filippi. Deze man was in blinde paniek geraakt, nadat de gevangenis door een aardbeving ineengestort was. Hij stond op het punt zelfmoord te plegen; Paulus en Silas konden hem hier ternauwernood van weerhouden!
En hij liet licht brengen (hij was bang in het donker!), sprong naar buiten en wierp zich, bevende over al zijn leden, voor Paulus en Silas neder. En hij leidde hen naar buiten en zeide: Heren, wat moet ik doen om behouden te worden? (Handelingen 16:29, 30).

Helaas komt het ook voor dat mensen - nadat zij van de schrik bekomen zijn - onveranderd door gaan met hun leven. Een van de mannen die met Jezus gekruisigd was, bleef tot zijn laatste snik volharden in zijn spottende afwijzing. De andere man, degene die wél tot inkeer kwam, voegde hem toe:
‘Vreest zelfs gij God niet, nu gij hetzelfde vonnis ontvangen hebt? En wij terecht, want wij ontvangen vergelding, naar wat wij gedaan hebben, maar deze heeft niets onbehoorlijks gedaan.’ (Lucas 23:40,41).


b) Angst voor mensen

De Bijbel spreekt over vrees in de zin van ‘ontzag’ en vrees in de zin van ‘angst’. Als het om mensen gaat, dan moeten wij wel ontzag en respect hebben, maar wij hoeven niet bang te zijn! Voor de omgang met overheden en gezagsdragers hebben wij via Paulus zeer praktische, duidelijke richtlijnen gekregen:

Betaalt aan allen het verschuldigde, belasting aan wie belasting, tot aan wie tol, ontzag aan wie ontzag, eerbetoon aan wie eer toekomt. (Romeinen 13:7).

Zolang de overheid geen wetten of bepalingen oplegt die strijdig zijn met Gods voorschriften, dien je je gewoon aan de regels te houden. Christenen moeten modelburgers zijn, geen kwezels of fatsoensrakkers, maar mensen die betrouwbaar en respectvol zijn. Dergelijk respect met je iedereen schuldig, ook de schoolmeester, de treinconducteur, de belastinginspecteur, de politieagent, de scheidsrechter en de parkeerwachter! Hoe zou de samenleving eruit zien wanneer iedereen zich zo gedroeg…?

Respect voor mensen is echter niet hetzelfde als vrees of angst voor mensen! In de Bijbel staan veel geschiedenissen van dappere, gehoorzame mensen die onverschrokken hun mond opendeden om misstanden aan de kaak te stellen. Profeten werden soms in hoge achting gehouden, maar vaak kostte deze dappere kritiek hun ook het leven. Gezagsgetrouwheid is niet hetzelfde als slijmen of hielenlikken. Jezus nam geen blad voor de mond - Hij sprak zich onbevreesd uit tegen de hypocrisie en de (morele) corruptie van de gezagsdragers van die tijd. Die mondigheid zou ik wel meer willen zien bij de christenen van vandaag - we zouden er respect mee afdwingen!

We mogen een voorbeeld nemen aan de dappere held Jozua, die zich geen schrik liet aanjagen door mensen:
Alleen, weest dan niet opstandig tegen de Here, en gij, vreest het volk van het land niet, want zij zijn ons tot spijs, hun schaduw is van hen geweken, en de Here is met ons; vreest hen niet. (Numeri 14:9).

‘Zij zijn ons tot spijs’ is een oudtestamentische manier om te zeggen: Ik lust ze rauw!

‘Vrees voor mensen spant een strik, maar wie op de Here vertrouwt, is onaantastbaar’ (Spreuken 29:25).

Die superioriteit zien we ook terug bij Jezus. Hij liet zich rustig arresteren toen de tijd gekomen was, maar veel vaker wist Hij zich van zijn belagers te ontdoen. Soms liep Hij gewoon tussen de agressieve massa door, andere keren ging Hij er schielijks vandoor en soms hield Hij zich gewoon even schuil. Hij hield zelf de regie in handen! Hoor maar wat Johannes op een paar plaatsen vertelt:

…en sommigen van hen wilden Hem grijpen, maar niemand sloeg de hand aan Hem. (Johannes 7:44)
…en niemand greep Hem, want zijn ure was nog niet gekomen (Johannes 8:20)
Zij namen dan stenen op om naar Hem te werpen; maar Jezus verborg zich en verliet de tempel (Johannes 8:59)
Zij trachtten Hem dan weder te grijpen, maar Hij ontkwam uit hun handen (Johannes 10:39).
Dit sprak Jezus en Hij ging heen en verborg zich voor hen. (Johannes 12:36)


Jezus liet zich arresteren, maar deed nog wel een goed woord voor zijn leerlingen: ‘Ik zeide u, dat Ik het ben,. Indien gij dan Mij zoekt, laat dezen heengaan’ (Johannes 18:8). Hier laat Jezus zich van zijn onverschrokken, grootmoedige kant zien. Als Hij spreekt is Hij indrukwekkend, maar als Hij zwijgt, dan is Hij onaantastbaar superieur! Om strategische redenen blies Hij af en toe de aftocht, maar als zijn tijd gekomen is, gaat Hij als een echte held op de laatste vijand af!

Een goede vorm van angst voor mensen is ‘vrees voor hun heil’. Het gaat daarbij niet om angst voor wat mensen jou - als verkondiger van het evangelie - kunnen aandoen (op dat punt heeft Paulus zijn portie gekregen!), maar om angst voor het zelfgekozen lot van ongehoorzame mensen. Van deze vrees is een man als Paulus doordrongen. Omdat hij weet hoezeer de Heer te vrezen is (2 Kor. 5:11), en omdat de liefde hem dringt (2 Kor. 5:14), verkondigt hij het evangelie!

c) De angst voor / de afkeer van de zonde

De heiligheid van God kan geen zonde accepteren. Daarom moeten we het kwaad schuwen, uit de weg gaan. ‘De vreze des Heren is rein,’ zegt Psalm 19:10.

Het is deze heiligheid die ervoor zorgt dat Jezus zo’n angst heeft voor de kruisiging. Hij zal tot zonde gemaakt worden en de godverlatenheid ten diepste ervaren. Dit is een angstwekkend vooruitzicht. Ik geloof dat Hij niet zo erg opzag tegen het lichamelijke lijden, ook al wordt dat gewoonlijk het meest belicht. Een sleutel vinden we in de Hebreeënbrief:

‘Tijdens zijn dagen in het vlees (= zijn mens-zijn) heeft Hij gebeden en smekingen onder sterk geroep en tranen geofferd aan Hem, die Hem uit de dood kon redden, en Hij is verhoord uit zijn angst, en zo heeft Hij, hoewel Hij de Zoon was, de gehoorzaamheid geleerd uit hetgeen Hij heeft geleden.’ (Hebreeën 5:7,8)

Zie, de vreze des Heren - dat is wijsheid, en van het kwade te wijken is inzicht. (Job 28:28)

Deze vrees voor de zonde (beter: afschuw!) was een kenmerk van de beloofde Messias:
En op Hem zal de Geest des Heren rusten, de Geest van wijsheid en verstand, de Geest van raad en sterkte, de Geest van kennis van de vreze des Heren; ja zijn lust zal zijn in de vreze des Heren. (Jesaja 11:2,3)

Vrees voor God (in de zin van: respect, eerbied) gaat hand in hand met afkeer van het kwaad. Die combinatie is ook in de Psalmen vaak terug te vinden!

d) De vrees voor God

Zoals hiervoor gezegd, spreekt de Bijbel over vrees in de zin van ‘ontzag’ en vrees in de zin van ‘angst’. ‘De vreze des Heren’ is een bekende bijbelse uitdrukking. Op tal van plaatsen krijgen we een ontzagwekkende beschrijving van God. Hij is een verterend vuur, een strenge rechter, een jaloerse minnaar… Al die kwalificaties zijn van toepassing op God. Hij is niet alleen maar ‘Liefde’ - Hij is ook heilig en rechtvaardig!
Het Oude Testament laat ons vooral deze ontzagwekkende kant van God zien. Het Nieuwe Testament toont ons gelukkig ook dat God liefdevol en genadig is! Toch moeten we deze eigenschappen niet tegen elkaar wegstrepen. Vandaag de dag willen mensen nog wel een God aanvaarden die enkel liefde is (al hebben ze dan wel moeite met zijn ogenschijnlijke passiviteit en kennelijke gebrek aan almacht…). Met zo’n godsbeeld kom je bedrogen uit! God is een ontzagwekkend, heilig God - daar is de Bijbel erg duidelijk over.

Godvrezende mensen zijn mensen die rekening houden met de heiligheid van God. Dat wil niet zeggen wel met gebogen knieën, maar niet met knikkende knieën…

‘Want allen, die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen Gods. Want gij hebt niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar gij hebt ontvangen de Geest van het zoonschap, door welke wij zeggen: Abba, Vader’ (Romeinen 8:15)

Jezus heeft ons God als Vader leren kennen. Hij is de Zoon en wij hebben - door Hem! - deel aan het zoonschap. Omdat Jezus tot het bittere einde een rein en heilig leven geleefd heeft, is onze schuld betaald. God ziet niet meer onze zonde, Hij ziet het volbrachte werk van zijn Zoon! Dit Evangelie bevrijdt ons van veel angsten:

Geen angst meer voor het oordeel van God:
‘Zo is er dan geen veroordeling voor hen, die in Christus Jezus zijn’ (Romeinen 8:1)..

‘Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit; want de vrees houdt verband met straf en wie vreest, is niet volmaakt in de liefde.’ (1 Johannes 4:19)

Als je Jezus’ offer aanvaard hebt, dan is er geen reden meer voor angst. Je bent niet meer onder het oordeel!

Geen angst voor het leven
‘God heeft ons niet gegeven een geest van lafhartigheid, maar van kracht, van liefde en van bezonnenheid’ (2 Timotheüs 1:7)

‘Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? Hoe zal Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken?’ (Romeinen 8:31,32)

‘Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus?’ (Romeinen 8:35)
Geen angst voor de dood

Want ik ben verzekerd dat noch dood, noch leven, noch engelen noch machten, noch heden noch toekomst, noch krachten, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here (Romeinen 8:39)

Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deel gekregen, opdat Hij door zijn dood hem, die de macht over de dood had, de duivel, zou onttronen, en allen zou bevrijden, die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren.’ (Hebreeën 2:14,15)


Zingen tijdens collecte:
Johan de Heer: Is hier een hart, door vrees benard (er zijn geen grenzen)

Zingen voor de zegenbede:
Johan de Heer: Vrees niet, Ik ben met u, dat heeft de Heer ons beloofd…

Zegenbede:
Overigens, broeders (en zusters!), weest blijde, laat u terecht brengen, laat u vermanen, weest eensgezind, houdt vrede, en de God der liefde en des vredes zal met u zijn. (…)
De genade des Heren Jezus Christus, en de liefde Gods, en de gemeenschap des heiligen Geestes zij met u allen.
2 Korintiërs 13:11 en 13


Archives

This page is powered by Blogger. Isn't yours?